Les bioressources sous pression : une étude en Flandre montre l'impact pour les entreprises alimentaires ?
La demande en bioressources en Flandre augmente, tandis que l’espace et la disponibilité demeurent limités. Une étude de scénarios récente menée dans le cadre de Vlaanderen Circulair explore la manière dont différents secteurs peuvent faire face à cette situation. Pour l’industrie alimentaire, cette étude apporte des éclairages utiles, mais met aussi en évidence des points d’attention clairs concernant le rôle de la production alimentaire et des chaînes existantes.
Qu’est-ce que cela signifie concrètement pour l’industrie alimentaire ?
Pour les entreprises alimentaires, cette étude confirme surtout ce qui est déjà perceptible aujourd’hui dans la pratique :
- Les bioressources sont déjà utilisées dans plusieurs applications à haute valeur ajoutée. Il est peu réaliste de penser que de grands volumes puissent être redirigés aisément vers d’autres secteurs sans conséquences sur la production alimentaire, les prix ou les chaînes de valeur.
- Les flux résiduels constituent un élément essentiel des chaînes alimentaires circulaires. Ils contribuent à la fertilité des sols et aux cycles des nutriments. Les choix politiques qui réorientent ces flux doivent tenir compte de systèmes agricoles de plus en plus durables ainsi que de la réalité économique et technologique existante.
- Les objectifs politiques en matière de transition protéinique, de circularité et d’énergie ont des effets directs sur la disponibilité et les prix des matières premières. Sans priorités claires ni coordination, un risque accru d’incertitude pèse sur les entreprises qui doivent réaliser des investissements à long terme.
L’étude montre clairement que des choix politiques clairs sont nécessaires : quelles utilisations doivent être prioritaires, quel rôle joue l’importation et l'exportation, et comment garantir à la fois la sécurité alimentaire et l’activité économique en Flandre ?
La voie à suivre
Il s’est avéré utile de rassembler différents acteurs issus du vaste paysage des bioressources.
Cette étude a permis de discuter du sujet et d’offrir aux différents secteurs un espace pour exprimer leurs attentes et leurs besoins.
Il est nécessaire qu’on mette en place une stratégie transversale visant un consensus intersectoriel sur une production et une consommation optimales des bioressources en Flandre, dans le respect de l’environnement, de la nature et de l’espace.
Pour Fevia et ses membres, il est crucial qu’un processus de suivi parte du rôle existant de l’industrie alimentaire en tant que principal utilisateur de bioressources, tienne compte de l’interdépendance internationale des chaînes et mise sur la coopération plutôt que sur le déplacement des points de tension.
Vlaanderen Circulair souhaite maintenir le dialogue ouvert et continuer à s’investir dans cette thématique.
De uitdaging: toenemende concurrentie om biogrondstoffen
De vraag of Vlaanderen, met zijn beperkte beschikbare ruimte, in de toekomst voldoende biomassa kan produceren om zowel de bevolking te blijven voeden als andere sectoren van biogrondstoffen te voorzien, klinkt steeds luider.
Door bevolkingsgroei neemt de vraag naar voeding toe, terwijl voedingspatronen veranderen en diverser worden. Tegelijk is Vlaanderen vandaag sterk afhankelijk van import voor een deel van zijn biogrondstoffen, wat in een context van geopolitieke spanningen en marktonzekerheid duidelijke risico’s inhoudt.
Daarnaast stijgt ook de vraag vanuit andere sectoren: biogebaseerde materialen, chemie en energie worden expliciet naar voren geschoven als alternatieven voor fossiele grondstoffen in het kader van de klimaat- en circulaire transitie. Dat zet de beschikbare biogrondstoffen onder extra druk, net op het moment dat ook milieu-, natuur- en ruimtebeleid het beschikbare landbouw- en productieve areaal verder beperken.
Voor de voedingsindustrie, die biogrondstoffen al decennialang inzet voor voedselproductie én valorisatie van nevenstromen, roept dat fundamentele vragen op: hoe verzoenen we voedselzekerheid, verduurzaming en economische realiteit?
De studie: scenariodenken als gesprekstarter
Onze aanpak
De werkagenda’s Voedselketen en Bio-economie van Vlaanderen Circulair gaven de opdracht aan Technopolis Group om een scenariostudie uit te voeren over de toekomstige beschikbaarheid van biogrondstoffen in Vlaanderen. Voor dit onderzoek werden experten uit verschillende sectoren bevraagd. De preliminaire resultaten werden toegelicht op een studiedag op 2 juni 2025. Verdere discussies leidden tot het finale rapport, gepubliceerd op 1 oktober 2025.
Het onderwerp raakt veel belanghebbenden in uiteenlopende sectoren. Daarom werd gekozen voor een scenariostudie die, naast bronnenonderzoek, inzet op dialoog met experten en actoren uit de maatschappelijke vijfhoek.
Belangrijk daarbij is dat de resultaten geen exacte voorspellingen zijn, maar richtingaanwijzers.
De meerwaarde van het traject lag in de dialoog: voor het eerst zaten actoren uit voeding, landbouw, chemie, energie en beleid samen rond dezelfde tafel om hun noden en verwachtingen expliciet te maken.
De conclusies
De resultaten zijn inschattingen, die we vooral moeten interpreteren als een richtingaanwijzer voor te verwachten evoluties. Als opdrachtgever destilleren we twee duidelijke conclusies:
1. Een open economie blijft cruciaal
Een open economie, met internationale import en export van biogrondstoffen, is en blijft cruciaal voor een kleine, dichtbevolkte en welvarende regio als Vlaanderen. Lange-termijnsamenwerking met andere regio’s en landen is daarom een strategische noodzaak.
Voor voedingsbedrijven onderstreept dit het belang van stabiele handelsrelaties, diversificatie van aanvoer en beleidskeuzes die internationale waardeketens blijven aanmoedigen.
2. Transities lopen tegelijk en moeten worden afgestemd
De energietransitie, eiwitshift en circulaire transitie zijn tegelijkertijd aan de gang. Als ze worden gestroomlijnd om synergetisch te verlopen, kan dat de druk op biogrondstoffen temperen. Het is van groot belang deze transities in goede banen te leiden, met oog voor economische ontwikkeling van alle betrokken sectoren in Vlaanderen.
Voor de voedingsindustrie betekent dit dat efficiënt gebruik van grondstoffen, behoud van bestaande toepassingen en realistische verwachtingen rond herbestemming van biomassa essentieel zijn. De studie stelt in sommige scenario’s voor om de dierlijke productie te verminderen ten voordele van andere toepassingen van biogrondstoffen, zoals die in de chemische sector. Zulke voorstellen zijn weinig realistisch en gaan voorbij aan de rol van de vleesindustrie in voedselvoorziening, valorisatie van nevenstromen en economische activiteit. Daarnaast leidt een structurele afbouw van voedselproductie niet automatisch tot een efficiënter gebruik van biogrondstoffen, maar kan ze net verschuivingen in import en landgebruik elders veroorzaken.