Doelstelling 10

De CO2-uitstoot per geproduceerde eenheid voeding verder verminderen

Met de Green Deal wil Europa tegen 2030 de broeikasgassenemissies met minstens 55% verminderen. We willen hiertoe bijdragen door jaarlijks 1,5% minder CO2-equivalent per geproduceerde eenheid voeding of dranken uit te stoten.
PDF-pictogram Download PDF fiche (721.35 KB)

Wat is onze doelstelling richting 2025?

Bij de productie van voeding en dranken (NACE 10, 11 en 12) veroorzaken bedrijven CO2-emissies door gas te gebruiken, om te verwarmen en koken, door elektriciteit te gebruiken om te koelen en machines te laten draaien (scope 1 en 2) en door F-gassen te gebruiken in de koelinstallaties. Als sector streven we ernaar die uitstoot van broeikasgassen drastisch te doen dalen.

We willen bijdragen aan de doelstellingen van Europa die een reductie van 55% CO2-emissies tussen 1990 en 2030 wil realiseren. Sinds 1990 hebben we onze absolute CO2-emissies al met 18,5% verminderd. We willen dit verderzetten door jaarlijks een vermindering van 1,5% uitstoot per geproduceerde eenheid te realiseren. Tegen 2025 willen we zo minstens een totale reductie van 30% per geproduceerde eenheid bekomen ten opzichte van het basisjaar 2005. In 2019 bedroeg de relatieve reductie 16%. Tegen 2025 willen we dus als sector deze inspanning verdubbelen.

We kiezen voor een relatieve CO2-daling ten opzichte van de productiegegevens. Een absolute reductie, zoals vereist door de Science Based Targets, is een zeer uitdagende opdracht voor de voedingsindustrie, omdat bedrijven dan ook de groei (en bijkomende CO2-emissies) moeten verminderen. Omwille van de groei de laatste jaren kennen we als voedingsindustrie inderdaad een absolute stijging van onze CO2-emissies.

Na 2025 zullen wij, samen met de evolutie naar CO2-arme energiebronnen en andere innovatieve investeringen, een absolute reductie van onze CO2-emissies kunnen realiseren. Daarnaast werken we ook mee aan de reductie van CO2-vermindering in de voedingsketen

Hoe willen we die doelstellingen bereiken?

  • We investeren verder in maatregelen om de energie-efficiëntie van onze processen te optimaliseren.
  • We produceren zelf hernieuwbare energie of investeren in installaties buiten onze sites om de gebruikte energie groener te maken.
  • We zetten lerende netwerken rond energie op om verder te gaan dan de klassieke energie-efficiëntie maatregelen.
  • We gaan, samen met de Vlaamse en Waalse overheden en andere industriële sectoren, een nieuwe invulling geven aan de Energiebeleidsovereenkomsten en de “Accord de branche”. Op die manier creëren wij een positief klimaat voor de inspanningen van onze bedrijven.
  • In het kader van de gewestelijke CO2-reductie plannen, zorgen we ervoor dat kmo’s effectief in CO2-reductie maatregelen investeren via een concrete begeleiding op maat van hun behoeften.
  • We zetten innovatieve projecten op poten met partners die CO2-arme energievectoren willen ontwikkelen.

Waar staan we vandaag?

De CO2-index in onderstaande grafiek toont de relatieve evolutie van CO2-emissies per geproduceerde eenheid per jaar, gestandaardiseerd naar 100 voor het basisjaar 2005. Met geproduceerde eenheid bedoelen we de relatieve evolutie van het geproduceerde volume. We benaderen dit volume via economische cijfers gecorrigeerd voor inflatie. Het gaat dus om de evolutie van het volume uitgedrukt in lopende euro’s. 

We hebben op dit moment de cijfergegevens tot het jaar 2019. Sinds 2005 is die index met 16% verbeterd.

Evolutie CO2 uitstoot per eenheid product

De CO2-uitstoot is de som van de directe (scope 1) en indirecte emissies (scope2):

  1. Directe emissies zijn de CO2-emissies op de productiesites van voedingsbedrijven. Het gaat hier vooral over het gebruik van aardgas. De bron hiervoor zijn alle CO2-equivalenten emissies zoals gepubliceerd in de Belgische Inventaris van Broeikasgasemissies.
  2. Indirecte emissies zijn de CO2-emissies tijdens het opwekken van de aangekochte elektriciteit door voedingsbedrijven. Deze gegevens over aangekochte elektriciteit zijn bijgehouden door Eurostat. Om de hoeveelheid CO2 veroorzaakt door deze aangekochte elektriciteit (g CO2/kWh elektriciteit) te berekenen, gebruiken we de cijfers uit de nota over de opvallende evoluties op de Belgische groothandelsmarkten voor elektriciteit en aardgas van de CREG.

De economische cijfers zijn afkomstig van de Nationale Bank van België. We gebruiken de cijfers van de productie op Belgisch niveau. Onderstaande grafiek toont de evolutie van de absolute cijfers.

Absolute CO2 uitstoot van de Belgische voedingsindustrie

De voedingsbedrijven van de Accord de branche engageren zich om de energie-efficiëntie met 22,5% te verbeteren en de CO2-emissies per product met 27,8% te verminderen tegen 2023 ten opzichte van 2005. Eind 2020 zijn deze doelstellingen bijna gerealiseerd. Dit toont aan dat de Waalse voedingsbedrijven meer en sneller investeren dan gepland. In Vlaanderen bespaarden voedingsbedrijven in de periode 2014-2019 meer dan 6,8% energie.

Wat doen we concreet als sector?

  • Voedingsbedrijven installeren warmtekrachtkoppeling-installaties op hun productiesites. Dat is een efficiënte manier om tegelijk warmte en elektriciteit op te wekken.
  • Meer dan 160 voedingsbedrijven nemen deel aan de regionale vrijwillige energieakkoorden, met name “Les Accords de branche énergie & CO2 pour l'Industrie” in Wallonië en de Energiebeleidsovereenkomst in Vlaanderen.  Ze engageren zich om maatregelen te nemen met een payback tot en met 5 jaar (in Wallonië) en een Internal Rate of Return van 14% voor bedrijven die onder het emissiehandelssysteem vallen en een IRR van 12,5% voor alle andere bedrijven (in Vlaanderen). Dit gaat verder dan een normaal investeringsplan van een bedrijf.
  • We produceren ook jaarlijks meer dan 75.000 MWh hernieuwbare elektriciteit via zonnepanelen, windmolens of bio-warmtekrachtkoppelingen.
  • In het kader van de wettelijke uitfasering van koelgassen met hoge CO2-impact, investeren we in nieuwe installaties met alternatieve gassen zoals ammoniak of CO2 en zorgen voor een systematische lekdetectie-systeem.
  • Fevia Vlaanderen heeft het energieproject Easy Food Energy Savers, kortweg EFES, lopen om ook kmo’s te helpen om energiebesparende maatregelen te nemen. Voorbeelden van zo’n energiebesparende maatregelen zijn Ledverlichting, persluchtlekken dichten, isolatie van buizen en investeren in zonnepanelen.
  • Via een lerend netwerk rond energiebesparing dat Fevia Vlaanderen met de steun van Vlaio organiseert, gaan wij verder dan de klassieke energiebesparingsmaatregelen. Tijdens het eerste lerende netwerk in 2021 gingen de deelnemers onder meer dieper in op het hergebruik van restwarmte, de verschillende types groene warmte, elektrificatie, de plaats van een warmtekrachtinstallatie in het toekomstige energiesysteem en energy as a service.