Om de duurzame ontwikkeling van voedingsbedrijven te waarborgen, is het van belang om toegevoegde waarde te creëren door kosten te verlagen, investeringen en innovatie te stimuleren en marktkansen te vergroten.
Onze doelstelling richting 2030
Door meerwaarde te creëren, willen we bijdragen tot de duurzame economische ontwikkeling van Belgische voedingsbedrijven. Tegen 2030 willen we enerzijds een brutomarge van 50% (een groei van iets minder dan 1 procentpunt per jaar) bereiken, en anderzijds een groei van de toegevoegde waarde in volume van 1% per jaar.
Hoe gaan we de doelstelling bereiken?
Om competitief te kunnen blijven en producten met hoge toegevoegde waarde te kunnen aanbieden, is het noodzakelijk dat bedrijven hun productiekosten optimaliseren en investeren in innovatieve technologieën.
- We blijven hameren op de behoefte om de vier grote handicaps aan te pakken waarmee onze voedingsbedrijven te kampen hebben:
- Loonkosten: verlaging van de loonlasten (in 2023 kostte een uur werk in België 26% meer dan het gemiddelde van onze drie buurlanden).
- Energiekosten: invoering van een energienorm.
- Belastingheffing en internationaal shoppen: vermindering van de ‘lasagne’ aan belastingen die consumenten afschrikt.
- Administratieve verplichtingen: voorstelling van concrete vereenvoudigingsmaatregelen.
- We vertegenwoordigen die behoefte in verschillende organisaties, en in samenwerking met de sectoren.
- We versterken onze samenwerking met onze speerpuntclusters, het innovatieplatform Flanders’ FOOD in Vlaanderen en het competitiviteitscluster Wagralim in Wallonië, alsook met de regionale agentschappen voor buitenlandse handel (FIT, AWEX en hub.brussels).
Waar staan we vandaag?
Tussen 2004 en 2021 vertoont de bruto margevoet in de voedingsindustrie een duidelijke dalende trend. Zo daalde het percentage van 42,8% naar 33,8%. Na de Covid-periode is het percentage spectaculair gestegen tot 45,1% in 2024. Het doel is om tegen 2030 een brutomarge van 50% te behalen. Dat komt overeen met een groei van ongeveer 1 procentpunt per jaar. Ter vergelijking: Nederlandse bedrijven bevinden zich gedurende de hele periode op dit niveau of daarboven.
De bruto toegevoegde waarde in volume van de Belgische voedingsindustrie is tussen 1995 en 2009 met 35,3% gestegen. Vervolgens daalde het vrijwel continu tot 2019 (-8,9% in tien jaar). Sinds de ‘Covid-dip’ herstelde de trend zich tot deze tegen 2023 zijn hoogste punt bereikte sinds 2009. In 2024 bleef de bruto toegevoegde waarde relatief stabiel. Het doel is om een groei van de bruto toegevoegde waarde van 1% per jaar te realiseren. De beoogde index bedraagt dus 144,1 voor 2030. Ter vergelijking: in de periode 1995-2009 bedroeg de gemiddelde groei 2,2% per jaar.
Om de levensvatbaarheid en veerkracht van de voedingsindustrie bij eventuele economische tegenslagen te beoordelen, zullen we ook aandacht besteden aan de evolutie van de rentabiliteit (bruto operationele marge). Dat percentage vertoont een structurele dalende trend tussen 2005 en 2021, toen het nog amper 6,1% bedroeg. Vanaf 2022 steeg dit percentage weer en bereikte het 9,3% in 2024.
Bruto margevoet (%)- Bruto toegevoegde waarde
Welke concrete initiatieven lopen vandaag al?
Wat kosten en lasten betreft
Fevia publiceert maandelijks via het economisch dashboard een interactief overzicht van de evolutie van de productiekosten, met talrijke gegevens die ter beschikking staan van haar leden.
We nemen ook deel aan strategische initiatieven van overheden om de concurrentiekracht van de maakindustrie te stimuleren, waarbij we ervoor zorgen dat de specifieke belangen van de voedingsindustrie worden behartigd.
Op het gebied van loonkosten neemt Fevia deel aan de uitwerking van een gemeenschappelijk werkgeversstandpunt als onderdeel van het interprofessionele akkoord. Hiervoor voeren we ook sectorale onderhandelingen.
Fevia neemt ook deel aan vrijwillige regionale energieakkoorden, waardoor bedrijven kunnen genieten van kortingen op bepaalde extra kosten.
Via het e-mailadres simplify@fevia.be kunnen onze leden ons op de hoogte brengen van overbodige of buitensporige administratieve rompslomp. Voorstellen tot vereenvoudiging worden uitgewerkt en met de bevoegde instanties besproken.
Op het vlak van handel en innovatie
We publiceren artikels waarin we wijzen op de negatieve impact van de fiscale lasagne en de gevolgen daarvan voor grensaankopen.
In samenwerking met de overheidsinstanties, waaronder de regionale agentschappen voor buitenlandse handel, werken we aan de ontwikkeling en diversificatie van onze export. We versterken de kennis, vaardigheden en contacten van onze bedrijven via opleidingen, studiereizen en voedingsbeurzen. Daarnaast versterken we het imago van de sector via ons promotiemerk ‘Food.be – Small country. Great food’.
We ondersteunen en werken mee aan onze speerpuntclusters, Flanders’ FOOD en Wagralim, die sectorpartners zijn op het gebied van innovatie, en stimuleren bovendien onze bedrijven om deel te nemen aan innovatieprojecten.
Hoe kan jouw bedrijf concreet bijdragen aan deze doelstelling?
Oskar Bonte, World Food Forum Youth RepresentativeHet is vooral niet of we groeien, maar hoe we groeien. En we moeten dat doen op een manier die binnen de planetaire grenzen past en zodat we ook nog altijd een economie garanderen voor de toekomstige generaties.