28.07.2026 Nieuws

Aantal klachten over oneerlijke handelspraktijken stijgt sterk

De Economische Inspectie ontving in 2025 acht klachten over oneerlijke handelspraktijken in de agrovoedingsketen. Dit aantal vormt slechts een fractie van het werkelijke aantal inbreuken. Toch gaat het om een duidelijke toename, aangezien er van 2021 tot 2024 in totaal slechts twee klachten waren. De toename in het aantal klachten is een waardevolle eerste stap naar meer evenwicht in commerciële onderhandelingen, waarbij alle stakeholders een verantwoordelijkheid dragen.

De cijfers: positieve evolutie

De FOD Economie geeft in haar jaarverslag over oneerlijke handelspraktijken in de landbouw- en voedselvoorzieningsketen een overzicht van de handhaving van de Wet Oneerlijke Handelspraktijken (“UTP-wet”). Het jaarverslag is als bijlage toegevoegd. In 2025 werden 8 formele klachten geregistreerd en werden 20 nieuwe onderzoeken opgestart, waarvan 12 op initiatief van de Economische Inspectie. Ter vergelijking: in 2024 waren er in totaal 16 nieuwe onderzoeken.

De vaststelling: angst voor represailles blijft een grote rem

Een bekend probleem is dat klagers vaak niet doorzetten met een officiële klacht, uit vrees voor represailles door de afnemer (de zogenaamde “fear factor”). Die terughoudendheid is er omdat volledige anonimiteit niet gegarandeerd kan worden wanneer een klacht zou leiden tot een rechtszaak. Het is daarom cruciaal dat de Economische Inspectie haar mogelijkheden van eigen bewijsvergaring op een doordachte wijze blijft inzetten. De Economische Inspectie benadrukt op haar beurt dat informele signalen nuttig zijn voor het aansturen van onderzoeken op eigen initiatief. Fevia is zich bewust van haar rol om dergelijke signalen op te vangen, en roept haar leden op om deze zo veel mogelijk te blijven delen.

In de meerderheid van de onderzoeken komen er effectief oneerlijke handelspraktijken (of: “UTP’s) aan het licht. De alomtegenwoordigheid van UTP’s ligt in lijn met de bevragingen door Fevia van haar leden, waarbij zo’n 9 op de 10 bedrijven aangeeft geconfronteerd te worden met UTP’s. Aangezien zowel bedrijven met een omzet onder als boven €350 miljoen worden getroffen, heeft minister Clarinval eerder deze maand aangegeven open te staan om het omzetplafond uit de UTP-Richtlijn te schrappen (zie ons artikel hier).

De positieve primeur: name-and-shame

In 2025 was er bovendien een belangrijke nieuwigheid: in één geval werd de overtreder bij naam genoemd. De UTP-wet verplicht betaling binnen 30 dagen. Niettemin vroeg Albert Heijn een korting van 0,4% voor betalingen binnen deze wettelijke termijn. Voor deze duidelijke inbreuk legde de Economische Inspectie een boete van €135.000 op.

Fevia is van oordeel dat de UTP-wet inmiddels voldoende ingeburgerd moet zijn bij grote marktspelers. Afnemers die duidelijke of herhaalde inbreuken plegen, moeten dan ook bij naam worden genoemd. Zo’n name-and-shame sanctie behoort tot de mogelijkheden van de Economische Inspectie, met name wanneer dit nuttig is om ondernemingen te verwittigen of informeren over de toegepaste praktijken van de overtreder.

De conclusie: afdwinging van de UTP-wet verdient meer prioriteit en meer gehoor

De UTP-wet opereert in een context van toenemende concentratie van supermarkten binnen retail allianties (zie ons artikel hier). Dit groeiende machtsonevenwicht leidt tot een duidelijke conclusie: de UTP-wet moet sterker verankerd worden in het rechtssysteem. Het is daarom essentieel dat de opsporing en handhaving van UTP’s in de agrovoedingsketen prioriteit krijgen. De voedingsindustrie is de grootste industriële sector in België wat betreft omzet en werkgelegenheid, en is bovendien een levensbelangrijke afzetmarkt voor Belgische landbouwproducten (zie de illustratie hieronder).

Cascade

De effectiviteit van de UTP-wet kan verder worden versterkt door deze drie maatregelen:

  1. het opleggen van meer afschrikwekkende boetes – in Frankrijk werden er reeds miljoenenboetes opgelegd voor UTP’s;
  2. meer transparantie over zowel de opgestarte onderzoeken als de opgelegde sancties; en
  3. het schrappen van het omzetplafond in de UTP-Richtlijn, zodat ook grotere bedrijven zich kunnen beschermen tegen oneerlijke praktijken.

Twijfel je over de wettelijke conformiteit van een clausule? Word je geconfronteerd met een oneerlijke handelspraktijk? Stuur ons dan een e-mail naar ons specifieke adres: utp@fevia.be. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld. 

Ben je weinig vertrouwd met de verboden praktijken? Dankzij dit overzicht ben je snel mee: Overzicht UTP-reeks: de regels rond commerciële relaties in een notendop | Fevia.