De Nutri-Score moet informeren, niet misleiden
De afgelopen weken wordt er veel gesproken over het gebruik van de Nutri-Score als sensibiliseringsinstrument in reclame. Minister Frank Vandenbroucke stelt voor om de Nutri-Score op alle reclame verplicht te maken. Een wetsvoorstel van volksvertegenwoordiger Gatelier (Les Engagés) wil reclame verbieden voor producten met een Nutri-Score D of E. Is dit een goed idee of een schijnoplossing?
De Nutri-Score, een vrijwillig instrument
Hoe help je de consument om een bewuste keuze te maken in de winkelrekken van een supermarkt? Hoewel er veel informatie op voedingsetiketten staat, willen consumenten in een oogopslag keuzes kunnen maken. Dat is precies het doel van de Nutri-Score en gelijkaardige systemen: een duidelijk en direct bruikbaar informatiesysteem vooraan op de verpakking plaatsen. Fevia deelt en ondersteunt deze aanpak. Belangrijke voorwaarde: zo’n systeem moet altijd gebaseerd zijn op een solide wetenschappelijke basis. En zolang er geen systeem op Europees niveau is gevalideerd, moet dergelijke informatie vrijwillig blijven.
Dat is overigens ook wat de Europese regelgeving inzake voedselinformatie aan consumenten voorschrijft. Een lidstaat kan een bepaald systeem aanbevelen, maar mag het niet verplichten. In België en zes andere landen werd gekozen voor de Nutri-Score, terwijl andere landen, zoals de Scandinavische landen, een andere keuze hebben gemaakt.
De Nutri-Score, een vergelijkingsinstrument
De Nutri-Score werd ontwikkeld om consumenten te helpen bij het maken van een bewuste keuze tussen verschillende gelijkaardige producten. In de winkel of online kan men producten binnen eenzelfde categorie eenvoudig vergelijken en bijvoorbeeld het pak koekjes kiezen met de beste Nutri-Score.
Maar daar stopt het. Dat een dessertje een Nutri-Score A heeft, betekent niet dat je het onbeperkt kan eten. En dat sommige olijfoliën een Nutri-Score D hebben, betekent niet dat je geen olie meer mag gebruiken. Vetten zijn immers essentieel in een evenwichtige voeding, en dessertjes blijven een genotsproduct dat met mate moet worden geconsumeerd.
Minister Frank Vandenbroucke benadrukte dit ook in zijn antwoord op een parlementaire vraag begin 2025: “Daarnaast hebben we in 2019 de Nutri-Score ingevoerd in België, een aanvullend etiketteringssysteem dat bedoeld is om consumenten te informeren over de voedingskwaliteit van voedingsproducten. Begin 2024 werden er nog aanpassingen in de berekeningsmethode doorgevoerd om producten binnen eenzelfde categorie nog beter van elkaar te onderscheiden op basis van hun voedingskwaliteit.”
De Nutri-Score in reclame: een verkeerde toepassing
Reclame op straat, op televisie, in tijdschriften of op sociale media zet één product in de kijker. Het doel is niet om te vergelijken met andere producten. De Nutri-Score, die net bedoeld is als vergelijkingsinstrument, hoort dus niet thuis in reclame.
De informatie van de Nutri-Score mag niet op zichzelf worden geïnterpreteerd. Ze moet vergeleken worden met gelijkaardige producten. De consument proberen te sturen door bijvoorbeeld een olijfolie met Nutri-Score D te tonen of hem aan te trekken met diepvriesfrieten met Nutri-Score A, heeft geen zin.
Stel dat er in een reclame een feesttafel met meerdere voorverpakte producten wordt gepresenteerd. De Nutri-Score van elk afzonderlijk product of enkel die van het minst gunstige product. Wat is dan de meerwaarde voor de consument? Welke conclusie moet hij of zij trekken? Reclame voor een voorverpakte pizza moet trouwens ook zijn Nutri-Score tonen, terwijl dezelfde pizza in de Horeca dat niet moet doen. Waar zit de logica?
Nog een voorbeeld: een reclame voor gerookte zalm met Nutri-Score D, geserveerd op een volkoren toast met avocado past in een evenwichtig voedingspatroon ondanks het feit dat de Nutri-Score D getoond moet worden.
"De Nutri-Score moet informeren, niet misleiden."
Versterk de initiatieven die reeds bestaan
Experts zijn het erover eens: de strijd tegen overgewicht en obesitas moeten we aanpakken vanuit een bredere, holistische strategie en verantwoorde reclame moet daar een essentieel onderdeel van zijn. De voedingsindustrie heeft dit al sinds 2012 opgenomen en stelde zichzelf duidelijke regels op om de blootstelling van kinderen aan reclame voor minder aanbevolen producten sterk te beperken. Deze reclamecode heeft echte impact en werd doorheen de jaren aangescherpt.
Begin 2026 werd de code uitgebreid naar jongeren tot 16 jaar en werd, op basis van dezelfde principes, een “no advertising”-zone van 150 meter rond scholen ingevoerd. Dankzij deze uitbreiding worden 380.000 extra jongeren beschermd tegen reclame voor minder aanbevolen producten.
Deze maatregelen zijn concreet en gelden voor alle bedrijven. Sinds het begin van de legislatuur heeft de sector de minister uitgenodigd om samen de code te evalueren en te monitoren. In afwachting van die samenwerking heeft de Jury voor Ethische Praktijken inzake Reclame een systeem opgezet dat, met behulp van artificiële intelligentie, sociale media permanent opvolgt. Het bestaande klachtensysteem wordt dus aangevuld met actieve controle.
Deze reclamecode staat niet op zichzelf, maar maakt deel uit van een breder Nutri-pact, waarin de voedingsindustrie samen met de distributiesector haar verantwoordelijkheid opneemt.
Daarom blijft de sector openstaan voor samenwerking met alle overheden in het land, binnen een holistische aanpak waarbij alle betrokken actoren verantwoordelijkheid nemen in de strijd tegen overgewicht en obesitas. Enkel focussen op voorverpakte producten uit de voedingsindustrie en sectoren zoals horeca of fastfood volledig buiten beschouwing laten, heeft weinig zin.
De strijd tegen overgewicht vraagt geen symbolische maatregelen, maar een coherente, holistische aanpak waarin alle actoren verantwoordelijkheid opnemen. Alleen zo boeken we vooruitgang die ook op lange termijn standhoudt.