22.06.2026 Nieuws

Energienorm: de voedingsindustrie mag niet het kind van de rekening worden

De energienorm, aangekondigd eind 2025, heeft als doel het concurrentievermogen van energie-intensieve bedrijven te versterken door hun kosten te verlagen en zo beter af te stemmen op die van de buurlanden. Over een periode van vier jaar wordt hiervoor een budget van 944 miljoen euro ingezet. De maatregel steunt op twee aanvullende pijlers: een verlaging van de transporttarieven voor bedrijven die aangesloten zijn op het Elia-net en regionale steun via een Europees ondersteuningsmechanisme. 

Volgens Fevia zouden beide pijlers het concurrentievermogen van alle bedrijven moeten verbeteren, zonder bepaalde industriële sectoren verder te benadelen. Toch lijkt het erop dat de voedingsindustrie nadeel zal ondervinden van deze hervorming. Dat is niet alleen onaanvaardbaar, maar ook onredelijk. 

De voedingsindustrie, de op één na grootste industriële verbruiker van elektriciteit

De Belgische voedingsindustrie, met meer dan 100.000 werknemers, is de grootste industriële sector van het land en de op één na grootste industriële verbruiker van elektriciteit. De sector wil fors blijven investeren in de elektrificatie van productieprocessen om bij te dragen aan de klimaatdoelstellingen. Hiervoor zijn echter concurrerende prijzen nodig.

De prioriteiten van Fevia voor een evenwichtige energienorm 

In het kader van de lopende discussies rond de energienorm benadrukt Fevia dat deze maatregel in de eerste plaats het concurrentievermogen van bedrijven moet versterken, maar niet door tegelijkertijd de gehele  Belgische voedingsindustrie te verzwakken. Daarom is het cruciaal dat de stijging van de transporttarieven via accijnzen voor alle bedrijven wordt gecompenseerd. Daarnaast is het belangrijk dat de gewesten  CISAF steun invoeren, een Europees staatssteunmechanisme dat toelaat om een deel van de voedingsindustrie gericht te ondersteunen.

De stijging van de transportkosten volledig compenseren via accijnzen 

Eén punt moet eerst worden verduidelijkt: de voedingsindustrie zal geen voordeel halen uit de op federaal niveau besliste verlaging van de transporttarieven. Om hiervoor in aanmerking te komen, moeten bedrijven immers rechtstreeks aangesloten zijn op het Elia-transportnet. Binnen de sector is er echter slechts één onderneming die aan deze voorwaarde voldoet. 

Voor alle andere voedingsbedrijven is de conclusie dan ook duidelijk: zij zullen geconfronteerd worden met een stijging van de transportkosten op hun elektriciteitsfactuur. 

Volgens voorzichtige schattingen zou de impact van de verhoging van het transporttarief tussen 2 en 3,2 euro per MWh bedragen. De op federaal niveau overwogen maatregelen om de accijnzen op elektriciteit te verlagen, zullen deze stijging voor voedingsbedrijven niet volledig kunnen compenseren. De impact zal vooral voelbaar zijn voor de bedrijven die het meeste elektriciteit verbruiken; zij zouden een stijging tot 350.000 euro per jaar ondervinden, en dit ondanks de verlaging van de accijnzen die in juni door de federale regering werd voorgesteld.   

Een volledige compensatie van de stijging van de transporttarieven is onontbeerlijk om het concurrentievermogen van voedingsbedrijven minstens te behouden en hun investeringen in elektrificatie te ondersteunen. Het is van cruciaal belang om hierin bij te sturen met een extra verlaging van de accijnzen voor het segment van 1 tot 25 GWh, zodat ook daar het Europese minimum van 0,5 € per MWh geldt.   

CISAF: een onmisbare regionale hefboom ter ondersteuning van bedrijven in de voedingssector 

Zelfs wanneer de accijnzen worden verlaagd tot het Europese minimumniveau, blijft het onmogelijk om de grootste energieverbruikers binnen onze sector volledig te compenseren. Bijkomende steun is dan ook noodzakelijk. 

De regio’s beschikken hiervoor over twee mogelijke instrumenten: het compensatiemechanisme voor indirecte emissies (ICL) en het CISAF-systeem. Volgens de Europese staatssteunregels komt echter niet elke sector hiervoor in aanmerking. Zo vallen slechts twee voedingssectoren onder het toepassingsgebied van het ICL-mechanisme, terwijl tien sectoren toegang hebben tot CISAF. 

Veel meer voedingsbedrijven kunnen dus profiteren van een steunregeling via CISAF. Het is daarom essentieel dat het federale budget dat aan de gewesten is toegekend, effectief wordt aangewend voor de invoering van dit systeem. Deze maatregel is cruciaal om ervoor te zorgen dat minstens een aanzienlijk deel van de voedingsindustrie concrete ondersteuning krijgt bij de energietransitie en het versterken van zijn concurrentievermogen. Het zijn net de sectoren die het meest getroffen worden door de verhoging van de transportkosten die recht hebben op CISAF steun.  

Vlaanderen heeft eerder de keuze gemaakt om volledig in te zetten op het ICL-mechanisme. Wij roepen Wallonië op om niet dezelfde fout te maken. 

Noch aanvaardbaar, noch redelijk 

De energienorm moet gelden voor alle industriële sectoren, met inbegrip van en vooral de voedingssector, een sector die van essentieel belang is voor België. Talrijke economische signalen wijzen erop dat de sector het niet goed doet (zie Stilte voor de storm in de voedingsindustrie: “Als we nu niet ingrijpen, dreigt productie uit België te verdwijnen”). Om de voedingsindustrie in België te behouden, moet het concurrentievermogen ervan worden hersteld en zijn beheersbare energiekosten in dit kader van groot belang.   

Fevia doet in de eerste plaats een beroep op de federale overheid om de stijging van de transporttarieven zoveel mogelijk te compenseren via een passende verlaging van de accijnzen voor alle verbruikers. Daarnaast vraagt Fevia de gewesten om het voorziene budget volledig te benutten en, indien nodig, bijkomende middelen vrij te maken voor het CISAF-mechanisme, zodat bedrijven die het nodig hebben op een concrete manier kunnen worden ondersteund. 

Naast het compenseren van de stijging van de transmissietarieven blijft een structurele daling van de elektriciteitskosten onontbeerlijk om voedingsbedrijven de nodige ademruimte te geven om concurrerend te blijven en hun decarbonisatie voort te zetten. De elektriciteitsprijs in België is namelijk te hoog om investeringen in de elektrificatie van processen ook maar enigszins haalbaar te maken, zoals geïllustreerd in het recente artikel hierover: Energiekosten swingen de pan uit: wat staat er op het spel voor de voedingsindustrie? | Fevia.