Retail allianties zullen moeilijker aan UTP-regels kunnen ontsnappen, maar de kloof is nog niet gedicht
De autoriteiten van de EU-Lidstaten zullen binnenkort moeten samenwerken om oneerlijke handelspraktijken op te sporen en bestraffen. Ook afnemers die buiten de EU gevestigd zijn ontsnappen niet aan de autoriteiten van de Lidstaten. Helaas laat het Europees Parlement nog steeds de kans liggen om “UTP-shopping” effectief aan te pakken.
Het Europees Parlement gaf op 12 februari haar goedkeuring voor een verordening die een cruciale aanvulling vormt op de Richtlijn Oneerlijke Handelspraktijken (“UTP Richtlijn”). De goedkeuring door de Europarlementsleden zonder ook maar één stem tegen is alvast een duidelijk signaal. Het is nu aan de bevoegde ministers op nationaal niveau om hun goedkeuring te geven. 18 maand nadat de verordening in werking treedt is ze van toepassing.
Stemresultaten voor de goedkeuring van de UTP-samenwerkingsverordening in het Europees Parlement: 555 stemmen voor, 26 onthoudingen, en 0 stemmen tegen.
Het Parlement erkent in haar voorstel van verordening dat het aanpakken van oneerlijke praktijken wordt bemoeilijkt omdat afnemers, of de allianties waar zij deel van uitmaken, een grensoverschrijdende aankoopstrategie hebben. Retail allianties kiezen ervoor om hun zetel te vestigen in een Lidstaat waar de nationale UTP wet een zwakkere bescherming biedt, of zelfs buiten de EU. De nieuwe verordening komt hier in zekere zin aan tegemoet.
In een voorgaand artikel berichtten we al over de oorspronkelijke tekst van het AGRI-comité van het Europees Parlement (zie hier). De tekst die het Parlement uiteindelijk goedkeurde gaat nog iets verder.
Opsporing en bestraffing van afnemers gevestigd buiten de EU
Een nieuwigheid is dat de autoriteiten van de Lidstaten beter zullen kunnen samenwerken bij UTP-praktijken door afnemers van buiten de EU. Wanneer een autoriteit een onderzoek opstart zal zij de afnemer kunnen verplichten om binnen de EU een contactpersoon aan te wijzen die verplicht is om mee te werken met het onderzoek.
Opsporing en bestraffing van afnemers in andere EU-Lidstaten
De verordening zal ook een stap vooruit betekenen in afdwinging van UTP-regels over de grenzen van de Lidstaten heen. Zo zal een autoriteit verplicht worden om samen te werken met de autoriteit die haar samenwerking vraagt om een praktijk op te sporen. Dit kan ook zonder klacht van een leverancier. Een autoriteit kan ook op haar grondgebied een boete afdwingen die is opgelegd door de autoriteit van een andere Lidstaat.
Ook “wijdverbreide oneerlijke handelspraktijken met een grensoverschrijdende dimensie” zullen gecoördineerd aangepakt worden. Hierbij zijn kopers en verkopers betrokken die samen in ten minste drie Lidstaten gevestigd zijn. Een handhavingsautoriteit die vermoedt dat er sprake is van zo’n wijdverbreide praktijk, moet de Commissie en de handhavingsautoriteiten in andere lidstaten hierop wijzen. Onderzoeken, inspecties en handhavingsmaatregelen worden dan in overleg en, indien mogelijk, gelijktijdig uitgevoerd.
Om deze samenwerkingen zo vlot mogelijk te doen verlopen, zullen de autoriteiten het bestaande Informatiesysteem Interne Markt kunnen gebruiken, een systeem dat al sinds 2008 wordt gebruikt door de EU Lidstaten voor grensoverschrijdende samenwerking en informatie-uitwisseling.
Gemiste kans om “UTP-shopping” van de retail allianties af te remmen
Helaas schiet de nieuwe verordening op een cruciaal punt nog steeds tekort. Aangezochte Lidstaten met een zwakkere bescherming tegen UTP-praktijken kunnen “UTP-shopping” nog steeds in stand houden. Dat zit zo: wanneer de verzoekende Lidstaat een ruimere bescherming biedt dan de aangezochte Lidstaat, dan mag deze laatste simpelweg weigeren om de gevraagde informatie te verstrekken of de gevraagde handhavingsmaatregelen toe te passen. De aangezochte Lidstaat kan dus de retail alliantie gevestigd op haar grondgebied beschermen tegen een leverancier uit een andere Lidstaat. Retail allianties “shoppen” en vestigen zich in de Lidstaat die hen het beste beschermt tegen UTP-klachten of -onderzoeken.
Bizarre situaties zullen dus nog steeds mogelijk zijn. Zo geldt er in Frankrijk geen plafond van 350 mio EUR voor leveranciers om zich te kunnen beroepen op de bescherming tegen UTP-praktijken. Indien de Franse autoriteit een verzoek richt aan een land (bijvoorbeeld België) waar deze drempel wél van toepassing is, dan is de Belgische autoriteit niet verplicht in te gaan op het verzoek. Indien de Franse autoriteit dan voor eenzelfde praktijk hetzelfde verzoek richt aan haar Belgische collega’s, maar ditmaal voor een leverancier net onder de drempel, dan dient de Belgische autoriteit wél verplicht mee te werken.
#SingleMarket4AllProducers
Retail allianties die zich vestigen in een Lidstaat waar een zwakke bescherming geldt tegen UTP-praktijken maken optimaal gebruik van de gefragmenteerde regelgeving in de EU. Het is dan ook betreurenswaardig dat autoriteiten de verzoeken tot onderzoeksmaatregelen naar de praktijken van zulke allianties kunnen weigeren, louter omdat hun nationale UTP-wet minder bescherming voorziet. Dit zal ertoe leiden dat allianties zich in landen blijven vestigen die het minst geneigd zullen zijn om hun medewerking te geven.
Toch is het geen garantie dat de aangezochte Lidstaat retail allianties beschermt die op haar grondgebied gevestigd zijn. Het is bijvoorbeeld een opsteker dat de Brusselse ondernemingsrechtbank in september 2024 de Franse Dienst voor Concurrentie, Verbruik en Fraudebestrijding niet tegenhield om leverancierscontracten van Eurelec te controleren, hoewel Eurelec haar hoofdkwartier in België heeft.
Herziening van de UTP-Richtlijn
De kloof in afdwinging van UTP-regels tussen de EU-Lidstaten is vooral groot wanneer het gaat over het omzetplafond. Dit ligt in België op €350 mio EUR, loopt in sommige Lidstaten sterk uiteen afhankelijk van de sector, en ligt in nog andere Lidstaten veel hoger of bestaat niet. In het kader van de herziening van de UTP-Richtlijn, pleit Fevia ervoor om dit omzetplafond te schrappen, aangezien:
het al dan niet toepassen van het plafond door de Lidstaten leidt tot een ongelijk speelveld in de EU dat de eengemaakte markt beknot, en
zowel kleine als grote bedrijven worden geconfronteerd met de disproportionele onderhandelingsmacht van Europese “retailallianties”.
Bezorg via deze link nog tot 27 februari jouw feedback over de UTP-Richtlijn. Bij de herziening van deze Richtlijn neemt de Europese Commissie feedback van alle belanghebbenden in overweging.
Twijfel je in de tussentijd over de wettelijke conformiteit van een clausule of word je geconfronteerd met een oneerlijke handelspraktijk? Stuur ons dan een e-mail naar ons specifieke adres: utp@fevia.be. Alle informatie wordt vertrouwelijk behandeld. Fevia organiseert ook op 25 maart haar UTP Academy, een webinar in samenwerking met Vincent Van den Cruijce, advocaat bij Faros met jarenlange praktijkervaring in het handelsrecht: schrijf je in via deze link.