Twintig jaar innovatie die voedt, verbindt en vooruitduwt
Van regeneratieve landbouw tot AI in de productie: Flanders’ FOOD en Wagralim zijn al twintig jaar de drijvende krachten achter innovatie in de Belgische voedingsindustrie. Hun aanpak evolueerde van afzonderlijke initiatieven naar een breed systeemdenken waarin landbouw, industrie, technologie en duurzaamheid elkaar versterken. Wat leert twintig jaar innovatie ons over de toekomst van voeding? We vroegen het aan Inge Arents, algemeen directeur van Flanders’ FOOD, en Sophie Bourez, co-directrice van Wagralim.
Van productinnovatie naar ketensamenwerking
Sophie: “Twintig jaar geleden draaide innovatie vooral om nieuwe producten. Vandaag denken we veel breder. We brengen Waalse voedingsbedrijven, kennisinstellingen en overheden samen om samen te werken aan grote maatschappelijke uitdagingen.
Tussen 2006 en 2013 lag de nadruk op gezamenlijk onderzoek: dé start van een echte samenwerkingscultuur in onze sector. Vanaf 2013 kwam duurzame voeding centraal te staan: gezondere ingrediënten en meer circulaire processen.”
Inge: “Die evolutie zagen we in Vlaanderen ook. Twintig jaar geleden was samenwerken en kennis delen nieuw. Bedrijven werkten met kennisinstellingen rond praktische thema’s zoals houdbaarheid en allergenen.
Rond 2012 bracht het Convenant Evenwichtige Voeding, een akkoord tussen de overheid en voedingssector, meer aandacht voor de samenstelling van producten: minder vet, suiker en zout. Bedrijven begonnen strategischer te denken en hun maatschappelijke rol te erkennen.
Vanaf 2013 kwamen daar projecten bij rond ketensamenwerking, bijvoorbeeld tussen landbouwers en verwerkers. De bloemkoolrijst van Greenyard is daar een mooi voorbeeld van: een product dat inspeelt op reststromen. Die ketenaanpak was echt een kantelpunt. Vandaag bouwen we daarop verder, met strategische samenwerkingen doorheen de hele keten.”
Sophie Bourez, WagralimInnovatie moet deel uitmaken van de cultuur van elk bedrijf.
Nieuwe trends: van systeemdenken tot hightech
Sophie: “Sinds 2020 – met de coronacrisis, oorlogen en bevoorradingsproblemen – zitten we in een systeemtransitie. Bedrijven denken niet meer lineair, maar systemisch. Dat betekent dat ze niet enkel naar hun eigen keten kijken, maar naar het volledige voedingssysteem: van landbouw en productie tot de maatschappij, beleid en de impact op de omgeving. De vraag is: hoe kunnen we onze bevoorrading veiligstellen en tegelijk lokaal verankeren?
In Wallonië zetten we in op herindustrialisatie, met lokale teelten die hier ook verwerkt worden. Tegelijk groeit in Wallonië de bewustwording rond de klimaatverandering sterk. Kunnen we binnen vijftien jaar nog evenveel aardappelen of suikerbieten telen? Die onzekerheid zet druk op onze verwerkende industrie, die afhankelijk is van lokale aanvoer. Bedrijven beseffen dat ze hun toelevering moeten diversifiëren om risico’s te spreiden en dat stimuleert innovatie.”
Inge: “Ook in Vlaanderen krijgt die transitie steeds meer vorm. Sinds 2016 werken we, in opdracht van de overheid, met een langetermijnvisie waarin maatschappelijke uitdagingen centraal staan: eiwitdiversificatie, digitalisering, artificiële intelligentie en biotechnologie in voeding. Biotechnologie wordt een belangrijke schakel – een enabler – voor gezondere en duurzamere voeding, en helpt om nevenstromen te verwerken of nieuwe eiwitten te ontwikkelen.
Daarnaast wordt water een steeds crucialer thema. Denk aan uitdagingen rond schaarste, irrigatie en circulair gebruik. We betrekken daar steeds meer partners bij: niet alleen bedrijven en onderzoekers, maar ook banken, verzekeraars en overheden. Samen zoeken we naar innovatieve financieringsmodellen die landbouw en industrie helpen klimaatresistent te worden.”
Projecten die het verschil maakten
Sophie: “Een project waar we bijzonder trots op zijn, is ABC to Food. Daarmee willen we de industriële bevoorrading opnieuw lokaal verankeren via waardeketens die werken met regeneratieve landbouw. Landbouwers, bedrijven en onderzoekscentra trekken daar samen aan één zeel.
De ambitie is duidelijk: voedingsproducten ontwikkelen, testen en op de markt brengen op basis van regeneratieve teelten, en tegelijk aantonen dat dit ecologisch én op grote schaal haalbaar is.”
Inge: “Voor Flanders’ FOOD is dat onze hele digitaliseringslijn. In 2009 startten we samen met imec om hun kennis over sensoren en data toe te passen in de voedingsindustrie. Daaruit groeiden projecten als Intelligence for Food (IFF), Sensors for Food (SFF) en I-Fast, gevolgd door Europese samenwerkingen zoals Smart Sensors 4 Agrifood.
Het idee was eenvoudig: een machine kan alleen slim zijn als ze kan ‘zien, ruiken, voelen en horen’. We hebben sterk ingezet op sensortechnologie om artificiële intelligentie echt te laten werken in fabrieken. Die kennis zetten we vandaag in via projecten zoals iMeat, waar robotisering en automatisering concreet worden toegepast – met bijvoorbeeld een machine die automatisch varkens kan ontbenen. Zo koppelen we innovatie aan oplossingen voor knelpuntberoepen. Daar mogen we écht trots op zijn.”
Inge Arents, Flanders’ FOODDe toekomst van onze voedingsindustrie ligt in slimme samenwerking: tussen mens, machine én maatschappij.
Blik op 2030: technologie met een menselijke toets
Sophie: “De toekomst draait om drie grote pijlers: AI, biotechnologie en circulaire efficiëntie. AI zal helpen om processen en producten te optimaliseren, maar ook om consumententrends beter te voorspellen. Biotechnologie, denk aan precisiefermentatie, opent de deur naar nieuwe eiwitbronnen en duurzamere productiemethoden.
Samen met Flanders’ FOOD werken we binnen het Europese project Biotech for Food om investeringen aan te trekken die onze bedrijven vooruit helpen.
Daarnaast blijven energie- en waterbesparing, circulariteit en lokale verankering cruciale thema’s.
Inge: “In Vlaanderen zetten we sterk in op digitalisering en biotech. Samen met imec en Sirris werken we aan een AI-stappenplan dat voedingsbedrijven stap voor stap begeleidt: van ‘we willen iets doen met AI’ tot volledige implementatie. Dat traject loopt over tien jaar en vormt de basis voor toekomstige productiviteitsgroei.
Daarnaast zie ik biotechnologie als een echte doorbraak. Vlaanderen is sterk in operationele efficiëntie. Die expertise moeten we nu koppelen aan biotech, waar veel bedrijven nog in labfase zitten. Zo kunnen we een voortrekkersrol spelen in Europa.
Een ander belangrijk thema is strategische autonomie. De oorlog in Oekraïne heeft aangetoond hoe afhankelijk we zijn van import. We moeten meer lokaal produceren en inzetten op alternatieve grondstoffen om onze voedselzekerheid te behouden. De toekomst is circulair: niet langer een lineaire keten van boer tot consument, maar een netwerk van partners die samen aan veerkracht bouwen.”
Van strategie tot cultuur: innovatie als sleutel tot groei
Sophie: “Innovatie moet een echte ondernemingscultuur worden. Duurzaamheid en innovatie moeten geen extra’s zijn, maar de kern van de strategie. De dag dat elk voedingsbedrijf een R&D-manager heeft en innovatie ziet als een motor voor groei, dan hebben we het licht echt gezien.
Inge: “Het bedrijf van de toekomst is een hybride fabriek waar mens en machine samenwerken, met meer procesintensificatie om energie en water te besparen. AI is geen bedreiging, maar een verrijking.”