Vlaanderen is open for business… en de voedingsindustrie serveert haar troeven
Op 23 maart 2026 stroomde de Handelsbeurs in Antwerpen vol met meer dan 350 bedrijfsleiders, beleidsmakers en internationale ondernemers. De Flanders Industry Summit bracht hen samen rond één duidelijke ambitie: Vlaanderen internationaal positioneren als een sterke, open en toekomstgerichte industriële regio. Maar wie goed luisterde, hoorde nog een tweede minder positief verhaal: de concurrentiekracht die onder druk staat. De voedingsindustrie was zichtbaar aanwezig, zowel op als voor het podium, en gaf ook mee richting aan het debat.
Klein, maar groots in voeding
Wist je dat de grootste chocoladefabriek ter wereld in Vlaanderen staat? Dat we wereldwijd de grootste exporteur zijn van verwerkte aardappelproducten? Dat Vlaanderen de grootste Europese producent is van plantaardige dranken? En dat West-Vlaanderen bekendstaat als het ‘Silicon Valley’ van de groente-industrie?
Wat Vlaanderen onderscheidt, werd tijdens de summit scherp gesteld door stemmen uit de sector zelf. Volgens Kaisa Lipponen, Managing Director van Paulig – Poco Loco, ligt onze kracht in de unieke concentratie van voedingsbedrijven en het sterke ecosysteem errond. Niet toevallig staat de grootste tex-mexfabriek van Europa in het West-Vlaamse Roeselare. Bedrijven, kennisinstellingen en onderzoekscentra vinden elkaar hier snel en versterken elkaar voortdurend. Daar komt nog iets bij dat minder tastbaar is, maar minstens even belangrijk: een pragmatische ingesteldheid en een meertalige, hoogopgeleide workforce die snel kan schakelen.
Dirk Van de Put, Global CEO van Mondelēz International, legde de nadruk op onze geografische troef. Vlaanderen ligt in het hart van Europa, met wereldhavens die een vlotte aan- en afvoer van grondstoffen en afgewerkte producten garanderen. Het beeld dat ontstaat, is dat van een regio die misschien niet de grootste is, maar wel uitzonderlijk goed georganiseerd en verbonden. Small, but great. Zeker voor de voedingsindustrie, als grootste industriële sector van ons land.
Een ecosysteem dat werkt
Die kracht werd ook tastbaar op de summit zelf. Aan de stand van Flanders’ FOOD werd duidelijk hoe innovatie in de voedingsindustrie vorm krijgt: via samenwerking, kennisdeling en concrete toepassingen.
Internationale bedrijven bevestigden dat beeld. Vlaanderen is geen toevallige keuze, maar een strategische uitvalsbasis. Een plek waar productie, innovatie en logistiek samenkomen. Net dat geïntegreerde ecosysteem maakt het verschil. Het zorgt ervoor dat ideeën sneller doorstromen naar de praktijk en dat bedrijven kunnen opschalen in een omgeving die samenwerking stimuleert en groei versnelt.
Voeding nodig om te groeien
Tegelijk klonk er een duidelijke oproep. Wie aantrekkelijk wil blijven als investeringsregio, moet blijven bouwen aan zijn fundament. Voor de voedingsindustrie begint dat bij een kader waarin onze bedrijven competitief kunnen blijven ten opzichte van hun concurrenten, ook binnen Europa. Dus minder administratieve rompslomp, minder complexiteit, lagere energiekosten (voor grote én kleine bedrijven), meer rechtszekerheid, het stimuleren en valoriseren van onderzoek en innovatie en blijven investeren in talent. Op die manier worden we weerbaarder en minder afhankelijk van externe schokken
Daarnaast werd gewezen op het belang van een goed functionerende Europese interne markt, met geharmoniseerde regelgeving die groei ondersteunt in plaats van afremt. Vanuit Vlaanderen klonk het pleidooi voor meer rechtszekerheid, gerichte beleidskeuzes en minder versnippering. Bedrijven hebben nood aan duidelijkheid om op lange termijn te kunnen investeren. Ook talent en innovatie blijven sleutelwoorden. Het aantrekken van de juiste profielen en het valoriseren van innovatie zijn essentieel om de voorsprong van de sector te behouden.
Nadia Lapage, General Director Fevia Vlaanderen
“Competitiviteit gaat niet alleen over kosten. Het gaat ook over samenwerking, over partnerschappen. Geen enkele actor kan de uitdagingen waar we voor staan alleen aanpakken. Samenwerken is dus cruciaal, tussen bedrijven, tussen sectoren, tussen beleidsmakers en industrie, tussen kennisinstellingen en industrie… We hebben in Vlaanderen een belangrijk én divers industrieel ecosysteem, en ik geloof sterk dat we hier alle ingrediënten hebben om te slagen!”
Innoveren in een veranderende wereld
De bredere context waarin die keuzes gemaakt moeten worden, is uitdagend. Geopolitieke spanningen, verschuivende handelsstromen, toenemende internationale concurrentie, veranderende consumentenverwachtingen en stijgende kosten zetten de industrie onder druk. Tegelijk veranderen digitalisering en artificiële intelligentie fundamenteel hoe we werken en produceren.
De keynote van econoom Daniel Susskind bracht dat scherp in beeld. De economische groei van morgen zal steeds minder uit de fysieke wereld komen en steeds meer uit AI, technologie en kennis. Dat vraagt om flexibiliteit en aanpassingsvermogen. Die gedachte werd ook opgepikt in het debat: wie zich het best aanpast, zal het verschil maken. Voor de voedingsindustrie, die al jaren inzet op innovatie en efficiëntie, ligt daar net een opportuniteit. Denk maar aan: slimme productie en nieuwe voedingsconcepten.
De Flandrien-mentaliteit als antwoord
Minister-president Matthias Diependaele verwoordde het treffend: Vlaanderen is misschien niet de grootste regio, maar wil wel de beste zijn. Die ambitie vertaalt zich in een duidelijke keuze: investeren in innovatie en productontwikkeling, talent, verduurzamen van productie en ketens, en tegelijk bouwen aan een competitief en betrouwbaar investeringsklimaat.
Het beeld van de Flandrien viel meer dan eens. Als de tegenwind opsteekt in de wereldeconomie, trapt Vlaanderen net dat tikkeltje harder. Dat geldt ook voor de voedingsindustrie: een sector die veerkrachtig is, zich snel aanpast en blijft investeren in de toekomst.
Vlaanderen op de kaart
De Flanders Industry Summit was meer dan een bijeenkomst: ze positioneerde Vlaanderen op de kaart. Een uitnodiging aan internationale investeerders om Vlaanderen te zien voor wat het is: een regio met sterke fundamenten, een open mindset en een industrie die vooruit wil. En binnen dat verhaal neemt de voedingsindustrie een prominente plaats in. Als innovatieve, goed verankerde en internationaal georiënteerde sector toont ze hoe Vlaanderen haar troeven kan uitspelen.
De boodschap aan internationale investeerders is duidelijk: Vlaanderen heeft alles in huis om een toplocatie te blijven voor industrie en investeringen. Die sterktes moeten we blijven koesteren en versterken. Want uiteindelijk gaat het over meer dan economie alleen. Het gaat over het veiligstellen van onze welvaart en kansen voor de volgende generaties. Kortom, Flanders is open for business.
Samen bouwen aan de toekomst van voeding
De kracht van Vlaanderen zit in samenwerking. De Flanders Industry Summit is een initiatief van de Vlaamse Regering, onder leiding van Vlaams minister-president en Vlaams minister van Economie, Industrie en Innovatie Matthias Diependaele, in samenwerking met de industriefederaties Agoria Vlaanderen (technologie), essenscia Vlaanderen (chemie en life sciences), Fedustria (textiel, hout en meubel) en Fevia Vlaanderen (voeding), en met de steun van VLAIO (Vlaams Agentschap Innoveren en Ondernemen) en FIT (Flanders Investment & Trade).