Voeding is een strategische sector en verdient dus een strategisch beleid
Kort samengevat:
De industrie staat onder druk in Europa en ook in België.
Automobiel, textiel en andere machinebouw, elektronica en delen van de chemie zagen de voorbije jaren al productie vertrekken. Dat moet ons wakker schudden.
Voeding is geen gewone industrie. Ze is essentieel voor onze bevoorrading, strategisch voor onze onafhankelijkheid en cruciaal voor onze economie. De Belgische voedingsindustrie is de grootste industriële sector van het land, verankert honderdduizenden jobs en verbindt landbouw, industrie, logistiek, retail, export en innovatie.
Willen we voedingsproductie in België houden, dan volstaat waardering niet. Dan zijn competitieve randvoorwaarden nodig: betaalbare energie en beheersbare loonkosten, een vlot en rechtszeker vergunningsbeleid, minder administratieve rompslomp en een einde aan de opeenstapeling van taksen en lasten.
België heeft een uitzonderlijk voedings- en drankenecosysteem van wereldklasse. Dat mogen we niet als vanzelfsprekend beschouwen. Wat generaties hebben opgebouwd, moeten we vandaag bewust verankeren voor morgen.
Industrie trekt weg uit West-Europa
Onlangs raakte bekend dat Playmobil niet langer zal produceren in thuisland Duitsland, maar de productie verschuift naar onder meer Tsjechië en Malta. Volkswagen, jarenlang de motor van de Europese auto-industrie, staat onder zware druk en onderzoekt ingrijpende herstructureringen waarbij mogelijk fabrieken sluiten en tot 100.000 banen of meer op de tocht staan. In België blijft Volvo Gent vandaag als laatste grote autobouwer produceren, terwijl ook daar bezorgdheid groeit over de toekomst van het industriële ecosysteem rond Gent.
Het zijn geen geïsoleerde signalen. Al jaren verplaatsen Belgische en West-Europese bedrijven delen van hun productie naar Oost-Europa of Azië om kosten te verlagen of competitief te blijven. Textiel, machinebouw, elektronica, automobiel en delen van de chemie hebben die beweging al doorgemaakt.
De les is duidelijk: industriële aanwezigheid is nooit vanzelfsprekend. Wat vandaag nog stevig verankerd lijkt, kan morgen onder druk komen wanneer energie, loonkosten, vergunningen en regelgeving investeringen moeilijker maken dan elders.
Willen we dit ook voor een essentiële en strategische sector als voeding?
"Een autofabriek verliezen is economisch pijnlijk. Voedingsproductie verliezen raakt veel dieper. Dan verliezen we niet alleen industriële activiteit, maar ook een deel van onze strategische onafhankelijkheid." - Ann Wurman, CEO Fevia
Met ruim 100.000 directe jobs en meer dan 85 miljard euro omzet is voeding geen niche in ons industriebeleid. Het is de grootste industriële sector van het land. Achter elke voedingsfabriek schuilt bovendien een breed ecosysteem van landbouwers, toeleveranciers, logistieke bedrijven, technologiepartners, kennisinstellingen en exportnetwerken. Wie productie verliest, verliest op termijn veel meer dan één fabriek.
Voeding is geen gewone industrie. Ze zorgt elke dag voor eten op het bord van 11 miljoen Belgen, voor de bevoorrading van miljoenen mensen in alle uithoeken van de wereld, en verbindt zo lokale productie met internationale exportkracht. In een wereld waarin geopolitieke spanningen, pandemieën, klimaatschokken en handelsconflicten de bevoorradingsketens steeds vaker onder druk zetten, is een sterke lokale voedingsindustrie geen luxe. Ze is een strategische noodzaak.
Wie voedingsproductie laat verdwijnen, maakt ons afhankelijker van buitenlandse productie en kwetsbaardere ketens. Dat betekent minder controle over kwaliteit, voedselveiligheid en beschikbaarheid, een hogere milieu-impact door transport en een verlies aan investeringen, innovatie en technische knowhow.
De vraag is dus niet of we ons een sterke voedingsindustrie kunnen veroorloven. De vraag is of we ons kunnen veroorloven ze te verliezen.
Nood aan een aangepast beleid
Maar als we voedingsproductie in België willen houden, moeten we de randvoorwaarden om hier te produceren opnieuw competitief maken. Dat vraagt geen uitzonderingsregime voor de voedingsindustrie, maar wel een beleid dat erkent hoe strategisch deze sector is.
Concreet betekent dat: betaalbare energie, beheersbare loonkosten, af van de taksenlasagne, een sneller en rechtszeker vergunningsbeleid en minder administratieve lasten. Vandaag worden voedingsbedrijven te vaak geconfronteerd met een opeenstapeling van kosten, heffingen, regels en procedures. Elk element afzonderlijk lijkt misschien beheersbaar, maar samen wegen ze zwaar op investeringen en concurrentiekracht.
Voor een sector die werkt met grote volumes, hoge kwaliteitseisen, internationale concurrentie en vaak kleine marges, maken die randvoorwaarden het verschil. Niet tussen iets meer of minder winst, maar tussen investeren in België of elders. Wie wil dat voedingsbedrijven hier blijven produceren, moet ervoor zorgen dat produceren hier ook haalbaar blijft.
Wereldkampioen
"We zijn misschien klein, maar op ons bord behoren we tot de wereldtop." - Ann Wurman, CEO Fevia
België staat wereldwijd bekend om haar kwalitatieve voeding en dranken. Van chocolade, bier en frieten, tot diepvriesgroenten, innovatieve voedingsproducten en biotechnologie: onze voedingsindustrie combineert eeuwenoud vakmanschap en ondernemerschap en moderne technologie met uitzonderlijke kwaliteit en voedselveiligheid.
Die sterkte is geen toeval. Ze is het resultaat van generaties ondernemers, werknemers, landbouwers, onderzoekers en exporteurs die samen een voedingsindustrie hebben opgebouwd die internationaal respect afdwingt. Onze sector produceert niet alleen voeding en dranken. Hij vertegenwoordigt Belgische expertise, exportkracht, innovatie en reputatie.
Maar dat erfgoed is niet vanzelfsprekend. Als we vandaag niet de juiste keuzes maken, produceren we morgen misschien nog wel Belgische recepten, maar niet langer in België. Dan verliezen we niet alleen productie, maar ook jobs, kennis, investeringen en een stuk van wat ons land economisch sterk en internationaal herkenbaar maakt.
"België heeft alles in huis om ook de komende generaties kwaliteitsvolle voeding van wereldklasse te blijven produceren. Maar strategische sectoren vragen strategische keuzes. Wie onze voedingsindustrie wil behouden, moet vandaag de voorwaarden creëren zodat ze morgen nog hier kan investeren, innoveren en produceren." - Ann Wurman, CEO Fevia
Dat is geen kost. Dat is een investering in onze economische slagkracht, onze strategische autonomie én onze maatschappelijke veerkracht.