FEVIA Standpunt over Circulaire Economie

12.01.2017

Circulaire economie: het lijkt een modewoord, maar het is een begrip waar de voedingsindustrie reeds lang invulling aan geeft. In een circulaire economie (her)gebruiken we wat verloren lijkt als grondstof voor het maken van een nieuw product. Dat kan door materialen en grondstoffen zo lang mogelijk te (her)gebruiken en afval zo veel mogelijk te vermijden. De evolutie naar meer circulaire economie kan echter ook in een stroomversnelling komen door efficiënter om te gaan met energie, door water te besparen of door “industriële symbiose”, waarbij bedrijven onderling stromen uitwisselen.

De voedingsindustrie is al lang een voorloper in het toepassen van de principes van een “circulaire economie”. Nevenstromen als diervoeder gebruiken, verpakkingen hergebruiken en recycleren, energieconvenanten implementeren, beperken van voedselverlies, inzetten op waterbesparende maatregelen: het zijn maar enkele van de vele initiatieven van de voedingsindustrie.

FEVIA pleit voor een ondersteuningsbeleid dat het economische evenwicht van de biomassamarkt niet verstoort

In een circulaire economie zal het gebruik van hernieuwbare hulpbronnen, zoals biomassa toenemen. Maar die biomassa is ook de voornaamste grondstof van de voedingsindustrie. Een gevolg van de stijgende vraag naar biomassa is dat er minder landbouwgrondstoffen voor de voedingsindustrie kunnen beschikbaar komen. Daarvoor pleit FEVIA voor een voorzichtig beleid rond de ondersteuning van hernieuwbare energie op basis van biomassa. Deze ondersteuning mag het economische evenwicht niet verstoren.

FEVIA benadrukt ook het belang van de cascade van waardebehoud als principe voor het gebruik van biomassa. Die cascade bepaalt waarvoor we biomassa eerst moeten gebruiken: eerst voeding/veevoeding, dan pas materiaal en daarna energie. Die cascade correct toepassen garandeert een voldoende aanvoer van grondstoffen voor de productie van voeding.