Fevia Standpunt rond industriële transvetzuren

Laurence Verbist
13.11.2018

Gehalte aan industriële transvetzuren in Belgische voedingsproducten is minimaal. 

Industriële transvetzuren zijn vetten die een bijzonder ongunstig effect hebben op de volksgezondheid en het risico op hartziekten gevoelig verhogen.

Sinds 2000 ontwikkelde de voedingsindustrie verschillende technologische strategieën om het gehalte aan industriële transvetzuren in voedingsproducten drastisch te verlagen. Zo passen bedrijven een andere techniek toe om oliën minder vloeibaar te maken, waarbij quasi geen transvetzuren worden gevormd. Daarnaast gebruiken bedrijven ook andere oliën die geen transvetzuren bevatten, zoals palmolie.

Het resultaat van deze inspanningen is dat de voedingsproducten op de Belgische markt vandaag nog maar een minimale hoeveelheid industriële transvetzuren bevatten. Bovendien ligt de huidige inname in België in lijn met de aanbevelingen van de Hoge Gezondheidsraad.

De Europese Commissie wil via wetgeving een maximumgehalte opleggen voor industriële transvetzuren in voedingsproducten. De Commissie stelt daarbij een drempelwaarde voor van 2 gram industriële transvetten per 100 gram vet in voedingsproducten bestemd voor de eindconsument.

Fevia kan zich zeker vinden in dit voorstel. In België zullen zowat alle producten hier reeds aan voldoen. De bedoeling is om in alle EU-landen de consument hetzelfde hoge niveau van bescherming te bieden. Fevia vraagt wel om de informatie ‘gedeeltelijk’ en ‘volledig gehydrogeneerde olie / vet’ op voedingsetiketten te schrappen, gezien die dan overbodig is geworden en niet gemakkelijk te begrijpen is.