Concurrentiekracht

Evolutie loonkostenhandicap

De loonkostenhandicap van de Belgische voedingsindustrie (rekening houdend met de loonsubsidies) tegenover het gewogen gemiddelde van de drie buurlanden, liep eind 2014 op tot bijna 25%. Een onhoudbaar hoog niveau voor de concurrentiepositie van de sector.

Vanaf 2015 is er onder invloed van verschillende regeringsmaatregelen (indexsprong, loonmatiging, taxshift) wel een daling van de loonkostenhandicap, en dit resulteert in een stijging van de werkgelegenheid in de sector.

Op basis van de berekeningen van Fevia zou de loonhandicap jammer genoeg rond 21% geblokkeerd worden.

Bron: Eurostat, CRB, eigen berekeningen

 

Evolutie kostprijs elektriciteit

De kleine Belgische elektro-intensieve voedingsbedrijven betalen van 9% tot 54% meer voor hun elektriciteit dan hun tegenhangers in Duitsland, Frankrijk en Nederland resp.. Alleen in het Verenigd Koninkrijk zou een soortgelijk bedrijf meer betalen voor elektriciteit.

De stijging van de meerkosten (de kosten die voortvloeien uit het beleid en waarvan de financiering gebeurt door de elektriciteitsverbruikers) ligt hier aan de basis. Volgens berekeningen van Fevia zag een gemiddeld voedingsbedrijf de meerkosten op haar elektriciteitsfactuur in een periode van 5 jaar met 45% toenemen.

Belangrijke verduidelijking: deze meerkosten houden rekening met de financiële compensatie die bedrijven die deelnemen aan een Energiebeleidsovereenkomst (Vlaanderen) of een “Accord de branche” (Wallonië) ontvangen in ruil voor verregaande energie-inspanningen. Zonder deze compensaties zou de stijging van de meerkosten nog hoger liggen.

Bron: CREG, eigen berekeningen

 

Netto-operationele marge daalt verder

Sinds 2017 is de netto-operationele marge van de voedingsindustrie onder het gemiddelde niveau van de laatste 20 jaar gekomen, nadat het er in 2015 en 2016 nog boven lag.

De rest van de verwerkende industrie zet integendeel de consolidering van de operationele marge verder. In 2018 lag de operationele marge 1,0 procentpunt boven haar historische gemiddelde.

Voldoende marge blijven halen blijft een belangrijke uitdaging voor de voedingsindustrie. De marge laat voedingsbedrijven toe om te investeren en om de werkgelegenheid te laten toenemen. Op die manier kan de voedingsindustrie ook in de toekomst de sterke schakel blijven van de Belgische industrie.

Bron: BNB, eigen berekeningen

 

Lasagne van taksen

De directe werkgelegenheid in de voedingsindustrie in 2018 leverde 2 miljard euro werkgeversbijdragen op aan de sociale zekerheid, een stijging met 2,4% ten opzichte van 2017. Deze stijging is vooral te verklaren door een toename van het aantal werknemers in de voedingsindustrie en de automatische indexering van de lonen.

De talrijke belastingen die bedrijven van de voedingsindustrie moeten betalen wegen zeer zwaar met een totaal van meer dan 1,5 miljard euro in 2018. De accijnzen op alcohol brachten 314 miljoen euro op, bier 201 miljoen euro en drinkwater en frisdranken 175 miljoen euro.

De concurrentiekracht van de Belgische voedingsbedrijven kent, door deze opeenstapeling van belastingen, dus een ernstige handicap.

Bronnen: RSZ, NBB, FOD Financiën, CREG, Viapass, eigen berekeningen

 

Bijdrage aan de overheidsfinanciën

Voeg daar nog eens de BTW op voeding en dranken (2,2 miljard euro) aan toe, en dan bedraagt de totale bijdrage van de voedingsindustrie aan de overheidsfinanciën in 2018 bijna 7 miljard euro.