Fevia roept beleidsmakers op om hun beleid bij te kruiden voor een duurzame toekomst dankzij een sterke voedingsindustrie

04.12.2023

We staan aan de vooravond van een spannend verkiezingsjaar. In 2024 kiezen de Belgen hun lokale, regionale, federale en Europese beleidsmakers. In aanloop hiervan stelt Fevia haar memorandum voor: 15 voorstellen voor een duurzame toekomst dankzij een sterke voedingsindustrie. De grootste industriële sector van het land had het de afgelopen jaren allesbehalve gemakkelijk en houdt een pleidooi voor 4 concrete zaken: eerlijke concurrentie met het buitenland, coherentie, haalbaarheid en rechtszekerheid. Die ingrediënten moeten een toekomst op de lange termijn garanderen voor de lekkerste sector en de voedselvoorziening in ons land. 

Anthony Botelberge, voorzitter van Fevia: “Het is geen geheim dat de onderhandelingen tussen de supermarkten en de producenten moeilijk verlopen. Aangezien een aantal grondstoffen in prijs dalen, verwacht men prijsdalingen van de producenten. Alleen vergeet men dat er ook veel grondstofprijzen gelijk bleven of zelfs stegen. Daarbij komen dan ook de hogere loonkosten en verpakkingskosten en het feit dat producenten de laatste jaren niet al hun kostenstijgingen hebben doorgerekend, maar zwaar hebben ingeboet op hun marge.” 

Fevia deed in november 2023 een bevraging bij haar leden. Hieruit komt het volgende naar voren: 

De rendabiliteit staat nog steeds onder druk. Vier bedrijven op tien verwachten een verdere daling in de rendabiliteit in de komende zes maanden. De stijgende prijzen en hun impact op het koopgedrag zorgen op korte termijn voor de grootste impact op de bedrijven. Dit verklaart ook waarom de grensaankopen dit jaar alle records verbreken.

Het zijn dus geen gemakkelijke tijden voor onze essentiële sector, die vol verwachting uitkijkt naar de toekomst en sterk hoopt op verbetering. Fevia balt de prioritaire vragen van de voedingsindustrie samen in haar memorandum voor de komende verkiezingen, want het beleid mag stevig worden bijgekruid. Concreet vraagt stelt Fevia 4 vragen aan de beleidsmakers: 

1. Eerlijke concurrentie met het buitenland

Als klein land moet België rekening houden met het beleid van onze buurlanden. Wanneer bedrijven in Duitsland, Frankrijk en Nederland subsidies of staatssteun krijgen, weegt dit meteen door in de concurrentie met onze bedrijven. Fevia vraagt dat onze voedingsbedrijven eenzelfde ondersteuning krijgen als bedrijven in onze buurlanden. Alleen op deze manier kan er sprake zijn van eerlijke concurrentie.  

Hetzelfde geldt voor taksen: als producten in België zwaarder worden belast dan in de buurlanden, nemen de grensaankopen meteen toe. Dat is een lose-lose voor onze voedingsbedrijven en hun werknemers, de Belgische consument (die zich verder verplaatst) én de overheid (die inkomsten misloopt). 

Ook voor loonkosten gaat deze redenering op. In 2023 bedroeg de loonkostenhandicap in België maar liefst gemiddeld 29,1% ten opzichte van de buurlanden. Elk gewerkt uur zijn we dus gemiddeld bijna 30% duurder dan onze buren. Dit jaagt investeerders over de grens in plaats van ze aan te trekken en maakt de concurrentie voor onze bedrijven veel moeilijker.         
Daarom vraagt Fevia om de loonkostenhandicap weg te werken en de taksen te verminderen, om zo op vergelijkbare hoogte te komen met de buurlanden.   

2. Coherentie

De versnippering van bevoegdheden over en binnen verschillende beleidsniveaus (Europees, federaal, regionaal, ...) leidt tot complexiteit, incoherentie en inefficiëntie. Dat remt ondernemen af, zeker voor de industrie, die de ruggengraat is van onze economie.

Fevia vraagt een “minister van industrie” die het overzicht bewaart over de bevoegdheidspakketten heen, en meer samenwerking en structureel overleg met de industriefederaties. Zo moeten we komen tot een echt, toekomstgericht industrieel beleid, ook op maat van onze voedingsindustrie, en waarbij competitiviteit, innovatie en duurzaamheid centraal staan.

3. Haalbaarheid

Al onze bedrijven zijn zich bewust van de noodzaak om de groene transitie te realiseren en springen zeer zorgzaam om met energie. 90% van de leden van Fevia hebben een kmo-karakter. Kmo’s weten niet altijd hoe ze deze transitie precies moeten aanpakken. Ze zien namelijk een tsunami aan regelgeving, initiatieven en verplichtingen op zich afkomen. 
Daarom vragen wij aan de beleidsmakers om energiespecialisten te voorzien die kmo’s ondersteunen in de implementatie van energie-efficiënte maatregelen.

4. Rechtszekerheid

Ten slotte is er ook nood aan rechtszekerheid en een stabiel kader zodat bedrijven goed weten welke investeringen en acties in lijn zijn met het beleid van morgen. Het is belangrijk dat zij de vruchten kunnen plukken van hun investeringen, die vaak over vele jaren lopen. Daarvoor moeten zij niet alleen vlot de nodige vergunningen verkrijgen, maar ook kunnen rekenen op continuïteit. Een stop-and-go-beleid fnuikt ondernemen en investeringen. 

Neem nu het voorstel van hergebruik van water voor irrigatie: er is een duidelijk wettelijk kader nodig dat de verschillende actoren geruststelt en dat het mogelijk maakt om te investeren met kennis van zaken in grote projecten. 

Bart Buysse, CEO van Fevia, vat samen: “Een coherent beleid met toekomstvisie moet vooruitzicht en stabiliteit bieden aan onze bedrijven. Om onze voedselvoorziening te waarborgen naar de toekomst en niet afhankelijk te worden van het buitenland, moeten we inzetten op de lokale verankering van een sterke voedingsindustrie en agrovoedingsketen. Wij geven een sterk signaal aan onze beleidsmakers en reiken concrete pistes aan om een kader te creëren waarbinnen onze Belgische voedingsindustrie kan floreren. We mogen trots zijn op ons Belgisch gastronomisch erfgoed. De voedingsindustrie biedt niet alleen kwalitatieve, innovatieve en duurzame voeding en dranken, maar schept ook werkgelegenheid, welvaart en welzijn voor ons land. Laat ons dat koesteren en garanderen op de lange termijn!”

Naar het Fevia memorandum