Werkgelegenheid in de voedingsindustrie

Evolutie tewerkstelling

De voedingsindustrie werd in 2018 nog meer uitgesproken de grootste industriële werkgever van België. Er waren in de sector 92.743 arbeidsplaatsen, goed voor 77.669 voltijdsequivalenten (VTE’s). Het aantal arbeidsplaatsen is ten opzichte van 2017 met 2,2% gegroeid, de VTE’s namen met 2,9% toe. Indirect stelt de voedingsindustrie via haar leveranciers nog eens 143.752 mensen tewerk.

Ook de rest van de verwerkende industrie kende in 2018 een stijging van de werkgelegenheid (+4.402 VTE’s of 1,2% meer dan in 2017). Door de sterkere groei in de voedingsindustrie stijgt het aandeel van de voedingsindustrie in de industriële tewerkstelling verder. Het aandeel in de arbeidsplaatsen groeide van 18,6% in 2014 naar 19,5% in 2018, uitgedrukt in VTE’s steeg het aandeel van 17,7% in 2014 naar 18,7% in 2018.

Bron: RSZ

Verdeling tewerkstelling

De 3 grootste subsectoren in termen van aantal arbeidsplaatsen zijn de bakkerijsector, de vleesindustrie en de verwerking en conservering van groenten en fruit, samen goed voor 52% van de totale tewerkstelling.

Ten opzichte van 2008 is de tewerkstelling bij de ondernemingen tot 49 werknemers afgenomen ten voordele van grotere ondernemingen van 50 tot 100 werknemers en de grote ondernemingen met meer dan 500 werknemers. De terugval bij de kleinste ondernemingen is vooral het gevolg van het verdwijnen van kleine bakkerijen. De voedingsindustrie kent een duidelijke schaalvergroting.

Bron: RSZ

Regionale verdeling

Vlaanderen telt 70% van het aantal arbeidsplaatsen, Wallonië 25% en het Brussels Gewest 5%. Vlaanderen neemt dus in vergelijking met de omzet een iets minder dominante positie in.

Indirecte tewerkstelling

De voedingsindustrie is niet alleen verantwoordelijk voor een groot deel van de tewerkstelling (met zo’n 78.000 VTE’s). Indirect creëert ze meer dan 147.000 VTE’s. Anders gezegd, levert 1 job in de voedingsindustrie er 2 in andere sectoren!

De vleesindustrie is de subsector die de meeste indirecte jobs genereert. Voor elke VTE die in de vleessector werkt, worden er 4 extra VTE’s aan gelinkt. Qua indirecte jobcreatie komen de zuivelindustrie en de groenten- en fruitverwerkende industrie op de tweede en derde plaats. Voor elke job die zij creëren, komen er 3,62 en 3,44 indirecte jobs bij.

Bron: RSZ, FPB