Doelstelling 27

De concurrentiekracht van onze bedrijven versterken

Om ervoor te zorgen dat we in België op een duurzame manier kunnen blijven investeren, innoveren, waarde en tewerkstelling creëren, moeten we zorgen dat de gemiddelde winstgevendheid van onze bedrijven op een aanvaardbaar niveau komt en blijft.
PDF-pictogram Download PDF fiche (382.09 KB)

Wat is onze doelstelling richting 2025?

We willen waken over de concurrentiekracht van onze bedrijven en dus minimaal een gelijk speelveld met onze buurlanden bekomen. Daarvoor moeten we de loonkostenhandicap, de energiekostenhandicap en de lasagne aan taksen wegwerken.

Hoe willen we die doelstellingen bereiken?

We moeten onze beleidsmakers proberen overtuigen van de nood aan een gelijk speelveld, waarbij onze bedrijven hun verantwoordelijkheid opnemen, maar eerlijke kansen moeten krijgen om de concurrentie met buitenlandse concullega’s aan te gaan. 

Via de verschillende instanties waarin wij vertegenwoordigd zijn en in samenwerking met de sectoren, gaan we hameren op de nood om drie handicaps die onze voedingsbedrijven treffen, aan te pakken: 

  • Loonkosten: interprofessioneel via het VBO en sectorale onderhandelingen.
  • Energiekosten: het beperken van de federale meerkosten via het VBO en de regionale meerkosten via VOKA en UWE.
  • Fiscaliteit en grensoverschrijdende aankopen: een brede coalitie van werkgeversfederaties die oproepen tot de invoering van een controle op onze fiscale handicap door, als eerste stap, het opzetten van een monitoring door een onafhankelijke overheid (FOD Economie, Planbureau, …).
     

Waar staan we vandaag?

De netto operationele marge van de voedingsindustrie is de afgelopen jaren opnieuw gedaald onder 4%.

Evolutie van de netto operationele marge in de voedingsindustrie

 

De lage netto operationele marge is grotendeels te wijten aan een prijsstijging van de grondstoffen, aan het grote deel van de toegevoegde waarde die onze bedrijven besteden aan de loonkosten, aan hoge en veelvuldige belastingen, heffingen en bijdragen maar ook aan de neerwaartse druk op de verkoopprijzen van afgewerkte producten.

Wat doen we concreet als sector?

  • Op het gebied van de loonkosten nemen we deel aan het opstellen van een gemeenschappelijk werkgeversstandpunt in het kader van het interprofessioneel akkoord, via het VBO. Daarna voeren we de sectorale onderhandelingen. 
  • We werken ook mee aan het memorandum van het VBO, waarin we de beleidsprioriteiten van onze sector benadrukken. Bovendien benadrukken we in onze eigen contacten met beleidsmakers het belang van het onder controle houden van de loonkosten. 
  • Er zijn brancheovereenkomsten rond energiekosten. We werken verder samen met de andere federaties om de bestaande federale degressieve vrijstellingssystemen te hervormen, zodat ze niet langer vallen onder het toepassingsgebied van de Europese staatsteunregels voor milieu en energie. 
  • We hebben meegewerkt aan het advies van de Hoge Raad voor de Zelfstandigen en de KMO (HRZKMO) en het CRB over grensoverschrijdende aankopen. 
  • Daarnaast hebben we een coalitie opgericht met alle betrokken sectoren, namelijk Comeos, BABM, Unizo, UCM, Febed, Belgische Brouwers, Vinum Et Spiritus, KoffieCafé en VIWF. Fevia heeft een gemeenschappelijk standpuntdocument uitgeschreven dat het fenomeen van grensoverschrijdende aankopen objectiveert en politieke aanbevelingen doet.
  • We stelden een argumentarium op tegen nieuwe belastingen op voeding en drinken (gezondheidstaksen), waarin we de negatieve effecten op economisch, sociaal en gezondheids-vlak aantonen.