Interview: « De Waalse voedingsindustrie is voortrekker in de strijd tegen de klimaatverandering »

Fabienne Lahaye
03.08.2017

De landbouwbeurs van Libramont stond dit jaar in het teken van de strijd tegen klimaatsveranderingen. Tom Quintelier, energie-expert bij FEVIA, presenteerde er hoe de voedingsindustrie concreet meewerkt aan die strijd. Samen met haar leden engageert FEVIA zich om met doelgerichte initiatieven de impact van de sector en haar producten op het milieu te verminderen. In Wallonië hebben 64 bedrijven daartoe een «Energie en CO2-beleidsovereenkomst» ondertekend.

Waarom is de strijd tegen de klimaatverandering van belang voor de voedingssector?

De klimaatverandering is voor iedereen een uitdaging, ook voor de voedingsindustrie en voor iedereen die gelinkt is aan onze sector. Denk maar aan de landbouw, de transportsector en uiteraard de consument. Zelfs al is het aandeel van de voedingsbedrijven in de totale CO2-uitstoot relatief klein, toch nemen onze bedrijven hun verantwoordelijkheid. Vergeet ook niet dat een klimaat dat verandert een impact heeft op de beschikbaarheid van biomassa, de primaire grondstof voor de voedingsindustrie.

Hoe verminderen voedingsbedrijven hun impact op het milieu?

In België ondertekenden niet minder dan 160 voedselbedrijven reeds een vrijwillig akkoord om de impact van hun activiteiten op het milieu te verminderen met de regionale autoriteiten. In Wallonië nemen 64 bedrijven deel aan de «Energie en CO2-beleidsovereenkomst», een vrijwillig akkoord waarin zij zich ertoe verbinden om hun energie-efficiëntie te verbeteren en hun CO2-uitstoot te verminderen. De voedingsbedrijven investeren bovendien in de productie van hernieuwbare energie (installaties van windmolens, zonnepanelen,…) en ze doen inspanningen om de CO2-uitstoot in de hele voedselproductieketen terug te dringen, van de landbouw tot de consument.

Wat moeten voedingsbedrijven concreet realiseren?

De doelstellingen van het akkoord zijn ambitieus. Tegen 2020 moeten de Waalse voedingsbedrijven hun energie-efficiëntie met 18% verbeteren. Dit komt overeen met het elektriciteitsverbruik van 300.000 gezinnen. Ze moeten eveneens hun CO2-uitstoot verminderen met 22,8%, oftewel het equivalent van 36.000 reizen rond de wereld! Daarnaast blijven de bedrijven investeren in de productie van hernieuwbare energie: in 2016 hebben ze het equivalent van het elektriciteitsverbruik van 200.000 gezinnen geproduceerd. De Waalse voedingsindustrie is duidelijk een voortrekker in de strijd tegen de klimaatverandering.

Is de landbouwbeurs van Libramont ook voor de voedingsindustrie “the place to be”?

De link tussen de landbouw en de voedingsindustrie is duidelijk. Ten minste 60% van de producten gebruikt door de voedingsindustrie zijn afkomstig van de Belgische landbouw. Zonder landbouw is er geen industrie en vice versa. Maar het engagement van onze voedingsbedrijven ten aanzien van het klimaat is nog te weinig gekend bij het grote publiek. Aangezien de klimaatverandering dit jaar centraal stond in Libramont, was het een extra gelegenheid om het publiek beter te informeren over de inspanningen van onze sector. De voedingsindustrie doet het gemiddeld veel beter dan andere sectoren. Het was belangrijk om aan te tonen dat de voedingsbedrijven de klimaatverandering heel serieus nemen.

Wat zijn de uitdagingen voor de toekomst?

De klimaatverandering is een mondiale uitdaging. In deze context mogen de inspanningen van onze bedrijven geen negatieve invloed hebben op hun competitiviteit in Europa en elders in de wereld. Vooral omdat onze directe concurrenten zich in onze buurlanden bevinden. We hebben dus nood aan een «level playing field» met gelijkwaardige concurrentievoorwaarden.

Biomassa, de primaire grondstof voor de voedingsindustrie, is onontbeerlijk om te evolueren naar een koolstofarme samenleving. Niet alleen voor de productie van hernieuwbare energie, maar bijvoorbeeld ook voor de productie van biomaterialen. Vanuit FEVIA benadrukken we het belang van het principe van de «cascade van waardebehoud». Dat houdt in dat we de biomassa prioritair voor menselijke of dierlijke voeding gebruiken, en enkel daarna voor energie. De toepassing van dit principe is essentieel om voldoende grondstoffen voor de voedselproductie te waarborgen!

Ten slotte bevindt de voedingsindustrie zich in het hart van de «circulaire economie», één van de pijlers van de duurzame ontwikkeling. FEVIA moedigt de voedingsbedrijven aan om materialen en grondstoffen zo lang mogelijk te (her)gebruiken en om afval zoveel mogelijk te vermijden. Streven naar energie-efficiëntie en hernieuwbare energie produceren passen in die zin perfect in de overgang naar een circulaire economie.

Meer info?

Volg het thema Energie en klimaat om op de hoogte te blijven van de laatste ontwikkelingen