Voedingsetiketten: Frankrijk achterna of Europese aanpak?

Nicole Verstraeten
11.07.2018

Consumenten hechten steeds meer belang aan hun gezondheid en hun voeding. Terecht ook maar! Dankzij Europese regels over voedingsetiketten kunnen consumenten die veilig, evenwichtig en gevarieerd willen eten vandaag beter dan ooit de samenstelling van producten vergelijken. Recent gaat opnieuw aandacht naar het nog eenvoudiger voorstellen van deze informatie waarbij het Franse “Nutri-Score” door sommigen als mogelijkheid naar voor geschoven wordt. Voor Fevia is het steeds eenvoudiger voorstellen van voedingswaarden niet de heilige graal in de strijd tegen onevenwichtige voedingspatronen. Zo houden de systemen met kleurencodes weinig tot geen rekening met de verschillende nutritionele behoeften van consumenten. De sector roept beleidsmakers op om verder in zetten op het huidige systeem met “Reference Intakes” zonder kleurencodes, om de mogelijkheden van digitale apps te bestuderen en om naar een Europese aanpak te streven.

Geen bewezen impact op volksgezondheid

Sinds december 2016 zijn voedingsproducenten in heel Europa verplicht om nutritionele informatie via het etiket weer te geven. Als consument vind je vandaag op (bijna) alle etiketten van voorverpakte voedingsmiddelen informatie over de voedingswaarde van dat product. In de praktijk moet daarop minstens de hoeveelheid calorieën, vetten, verzadigde vetten, koolhydraten, suikers, proteïnen en zout staan. Die wettelijke verplichting was een grote stap vooruit in de harmonisatie van de Europese regelgeving. Als consument vind je vandaag gemakkelijker dan ooit de feitelijke informatie waarop je jouw – hopelijk evenwichtige - keuzes kunt baseren.

De laatste tijd zien we echter nieuwe vormen van nutritionele etikettering opduiken. De Britten introduceerden bijvoorbeeld het zogenaamde verkeerslichtensysteem (Traffic lights). In Frankrijk opteerde de overheid dan weer voor een ander systeem: de Nutri-Score. Het Franse systeem geeft producten een letter, van A tot E, en een kleur, van groen naar rood. Ze kijkt daarvoor naar de hoeveelheden van een aantal voedingsstoffen en ingrediënten in dat product.

De hamvraag is natuurlijk of het vereenvoudigd weergeven van informatie over de samenstelling van voedingsproducten ons ook gezonder helpt leven? Het overheidsorgaan anses (Agence française de sécurité sanitaire de l’alimentation) onderzocht de mogelijke impact en keek daarbij vooral naar de impact van de keuzes die consumenten maakten. Hun besluit: “Op basis van de huidige kennis is het niet mogelijk om aan te tonen dat deze systemen ook effectief impact hebben op de volksgezondheid.”

Klik hier voor het anses-rapport

Een wankele wettelijke basis

Frankrijk voerde op eigen houtje deze wetgeving in, terwijl een Europese regelgeving veel beter past bij de realiteit van een eengemaakte Europese markt. Hoe verantwoorden onze zuiderburen dan de invoering van hun Nutri-Score? De Fransen nemen de Europese regelgeving rond etikettering als wettelijke basis, meer bepaald de voorschriften rond informatie aan de consument m.b.t. voedingsmiddelen. Daarin is inderdaad voorzien dat landen eigen systemen kunnen invoeren, zolang deze vrijwillig blijven.

Daarmee lijkt de Franse demarche wettelijk OK, maar de Europese Commissie maakte onlangs duidelijk hoe zij een systeem als Nutri-Score wettelijk interpreteert. Wanneer een verpakking een groene kleur toewijst aan een product, dan is dit voor de Europese Commissie gelijk aan het toewijzen van een positieve nutritionele eigenschap aan dat product. Daarmee valt Nutri-Score duidelijk onder de wetgeving over “voedingswaarde claims”. En dat brengt dan weer verregaande consequenties met zich mee, waarvan bepaalde wellicht nog amper duidelijk zijn. Volgens de Europese regels rond voedingswaarde claims mag zo’n claim bijvoorbeeld enkel op producten staan in landen waar zo’n systeem van toepassing is. Wel in Frankrijk dus, maar niet België… Stel dat we dit ook in ons land zouden invoeren: dan kunnen we morgen onze producten niet meer exporteren naar tal van landen, tenzij we telkens de etiketten aanpassen. Fevia is dan ook voorstander van een Europese aanpak in plaats van een wildgroei van aparte systemen in verschillende landen.

Geen stigmatisering, maar wetenschappelijke inzichten als basis nemen

En toch: ook in België gaan er stemmen op om Nutri-Score in te voeren. Bepaalde organisaties gaan zelfs zo ver om de regering onder druk te zetten om dit hier snel in te voeren. De meeste van onze voedingsbedrijven, vooral de vele kmo’s, zijn echter geen voorstander van zo’n interpretatieve systemen. Systemen zoals Nutri-Score maken een onderscheid tussen zogenaamd gezonde en zogenaamd ongezonde voedingsproducten. Ze geven zo de indruk dat één specifiek voedingsproduct het verschil maakt tussen een gezonde en een ongezonde levensstijl. Maar de wetenschap leert ons net dat gezond en gevarieerd eten gaat over de soorten producten die je eet in de loop van verschillende dagen en weken. En bovendien ook hoe je die afwisselt en in welke hoeveelheden je die consumeert. Ook voldoende bewegen speelt een belangrijke rol. Die nuances en facetten van een gezonde levensstijl kun je onmogelijk aflezen op een simpele kleurencode…

Fevia is als stem van de Belgische voedingsindustrie vragende partij om samen te zoeken naar manieren om de gezonde keuze gemakkelijker te maken voor consumenten. Met het Convenant Evenwichtige Voeding, een afspraak tussen overheid en industrie om de samenstelling van producten continu te verbeteren, doen we exact dat. Maar in zeven haasten een nieuwe manier van nutritionele etikettering op poten zetten lijkt ons niet de juiste aanpak, zeker gezien de voordelen nauwelijks bewezen zijn en er bij de grote meerderheid van voedingsbedrijven geen draagvlak is. Er blijven bovendien heel wat praktische vragen. Wie zou een Belgisch “label” beheren? Zouden er kosten aan verbonden zijn? En wat met de producten bestemd voor export?

Voedingsinfo op uw maat, dankzij digitale apps?

Voor Fevia moet de informatie over voedingswaardes op etiketten in de eerste plaats feitelijk juist zijn en gebaseerd op wetenschappelijke inzichten. Dit is het geval met het bestaande systeem van “Reference Intakes*”. Die tonen hoeveel calorieën en hoeveel vetten, verzadigde vetten, suikers en zout een portie van de producten die jij verkiest bevat en wat dit betekent ten opzichte van de richtwaarden die bepaald zijn voor een persoon met een evenwichtig voedingspatroon.

Uiteraard zijn we niet blind voor het feit dat dit systeem nog niet altijd het beoogde effect heeft. Toch is dit geen reden om het kind met het badwater weg te smijten. Laten we daarom inzetten op voldoende basiskennis over evenwichtige voeding en op meer bewustwording over het belang van een gezonde levensstijl. Kritische consumenten zijn de beste garantie op meer evenwichtige voeding. We zien niet in hoe een systeem dat bepaalde categorieën stigmatiseert compatibel kan zijn met de wetenschappelijke kennis rond voeding en gezondheid. Zo zou een product met weinig calorieën en weinig andere voedingsstoffen bijvoorbeeld gezonder lijken dan een product met een hoger gehalte aan goede vetten. Willen we dan een gele bol plakken op olijfolie, waarvan wetenschappers aangeven dat het perfect past binnen een gezonde levensstijl?

En hoe past dit binnen de trend om voedingsadvies aan te passen aan de individuele noden van consumenten? Hier bieden digitale toepassingen veel meer mogelijkheden om de consument correct en begrijpelijk te informeren zonder producten onnodig te stigmatiseren. Apps op jouw smartphone kunnen misschien een waardevolle aanvulling zijn op de huidige Reference Intakes die jij op de verpakking terugvindt. Wanneer jij met jouw smartphone diezelfde verpakking scant, dan zou die begrijpelijk advies geven op maat van jouw persoonlijke noden en daarbij zelfs rekening houden met persoonlijke aandachtspunten. Minder zout? Meer vezels? Hoeveel calorieën? Jouw smartphone vertelt het jou.

*Klik hier voor meer informatie over Reference Intakes