Marge en lonen

Netto-operationele marge

De gemiddelde marge bleef in 2016 steken op 4,6%. Daarmee blijft de netto-operationele marge van de voedingsindustrie in 2016 hangen op hetzelfde gemiddelde niveau als tussen 2005 en 2009. Voldoende marge blijven halen is een belangrijke uitdagingen voor de voedingsindustrie. De marge stelt de voedingsbedrijven in staat om –zoals we eerder zagen- (record)investeringen te doen en om ook de werkgelegenheid te laten toenemen. Op deze manier neemt de voedingsindustrie een optie om ook in de toekomst  de sterkhouder te blijven van de Belgische industrie.

Evolutie netto-operationele marge in % (2005-2009, 2015, 2016)

 

Loonkostenhandicap

Op basis van de nationale rekeningen bleek dat de gemiddelde loonkost per gewerkt uur in de Belgische voedingsindustrie in 2016 de op één na hoogste in de hele Eurozone was (na Denemarken). In vergelijking met onze buurlanden scoort België veruit het slechtst. Op basis van berekeningen van Fevia was de loonkostenhandicap van de Belgische voedingsindustrie tegenover het gewogen gemiddelde van de drie buurlanden eind 2015 opgelopen tot 21%. Een onhoudbaar hoog niveau voor de concurrentiepositie van de sector.

Vanaf 2014-2015 is er onder invloed van verschillende regeringsmaatregelen wel een vertraging in de stijging van de loonkostenhandicap. Vanaf 2016 resulteert dit in een daling van de loonkostenhandicap en een stijging van de werkgelegenheid in de sector. Op basis van berekeningen door Fevia zal de loonkostenhandicap eind 2018 nog steeds 16,4% bedragen. Om de positieve trend in het aantal arbeidplaatsen vol te houden, blijft de verdere daling van de loonkostenhandicap een belangrijke prioriteit.

Evolutie loonkostenhandicap Belgische voedingsindustrie (1996-2018)​