Solidariteitsmechanisme voor varkenshouders blijkt onmogelijk in Europese context

Nicholas Courant
16.12.2015

De voorbije zes maanden onderhandelden FEBEV, FENAVIAN en FEVIA, de vertegenwoordigers van de vlees- en voedingsindustrie, met landbouworganisaties en de distributiesector over steunmaatregelen op korte termijn aan varkenshouders. Gelijkaardige onderhandelingen tussen de ketenpartners over de melkprijs resulteerden in afspraken over een toeslag. Ondanks de wil om op korte termijn ook een solidariteitsfonds voor de varkenshouders uit te bouwen blijkt het in het kader van de Europese landbouw- en concurrentiewetgeving onmogelijk om daarover dwingende afspraken te maken. FEBEV, FENAVIAN en FEVIA hebben begrip voor de teleurstelling van de landbouworganisaties maar roepen op om samen te blijven werken aan structurele oplossingen op lange termijn.

Geen sprake van woordbreuk

Als reactie op de crisis voor melkvee- en varkenshouders door dalende prijzen sprak het Ketenoverleg eerder dit jaar af om samen te zoeken naar oplossingen op de korte en de lange termijn. De ketenpartners onderzochten de afgelopen maanden samen tal van opties om ook voor de varkenshouders een solidariteitsfonds op te richten. De Europese mededingsauthoriteiten laten echter niet toe dat de bijdrages aan zo’n fonds afdwingbaar zijn; dit kan enkel op vrijwillige basis.

FEBEV , FENAVIAN en FEVIA waren bereid om binnen deze wettelijke beperkingen een akkoord te onderhandelen, maar zij konden niet ingaan op de vraag van de landbouworganisaties naar garanties voor de inning en prefinanciering van een bedrag van minimum 10 miljoen euro. Er kan dus geen sprake zijn van woordbreuk zoals de landbouworganisaties vandaag in een reactie laten uitschijnen: de voedingsindustrie kwam haar engagement na om de mogelijke pistes op korte termijn te onderzoeken maar deze blijken in een Europese context wettelijk niet toegelaten. Het eerste voorstel van FEVIA, FENAVIAN en FEBEV bereikte zelfs 24 miljoen euro, maar werd niet aanvaard door de mededinging.

Structurele oplossingen blijven mogelijk

De vertegenwoordigers van de vlees- en voedingsindustrie hebben begrip voor de ontgoocheling van de landbouworganisaties voor het mislukken van de onderhandelingen rond een oplossing op de korte termijn voor varkenshouders. FEBEV, FENAVIAN en FEVIA blijven het belang onderstrepen van besprekingen rond structurele oplossingen op de lange termijn. Deze afspraken moeten de basis leggen van een gemeenschappelijke aanpak die in de lijn ligt met het Europese landbouwbeleid.

Concreet kan dit door te investeren in gemeenschappelijke initiatieven die de sector versterken, zoals exportondersteuning en -promotie, wetenschappelijke onderzoek, productinnovatie en kwaliteit. Daarnaast blijven de ketenpartners ijveren voor een Europese aanpak om de prijzen te stabiliseren en de toekomst van landbouwers in ons land te verzekeren. De Belgische voedingsindustrie koopt 2/3 van haar grondstoffen aan bij Belgische landbouwers en blijft dan ook onlosmakelijk verbonden voor het aanleveren van kwaliteitsvolle producten aan een correcte prijs.