Opinie: een “gezondheidstaks” zonder een gezondheidsbeleid werkt niet maar kost jobs

Nicholas Courant
11.08.2017

Een “gezondheidstaks” moet per definitie de gezondheid verbeteren. Doet ze dat niet dan werkt ze niet. Als ze bovendien jobs kost, dan is ze nog contraproductief ook. Met die redenering beantwoordde FEVIA, de federatie van de Belgische voedingsindustrie, onlangs de oproep van de Gezinsbond om een zogenaamde obesitastaks in te voeren.

Als federatie van de Belgische voedingsindustrie pleiten we reeds jaren voor een “health-in-all-policies” aanpak: een beleid dat gezondheid centraal plaatst en waar elke stakeholder zijn verantwoordelijkheid in opneemt. Voor FEVIA moet niet de financiering van de taks shift maar de vraag hoe we onze volksgezondheid kunnen verbeteren de prioriteit blijven, bij voorkeur met maatregelen die jobs niet weghalen uit ons land en zonder sectoren en producten onnodig te diaboliseren.

Net dat verliest econoom Andreas Tirez van de liberale denktank Liberales uit het oog in zijn opiniestuk “Suiker- en vettaks zijn efficiënte belastingen”. De voedingsindustrie wil haar rol in dit beleid als belangrijke stakeholder opnemen en doet dit ook. Zoals het Convenant Evenwichtige Voeding dat de sector vorig jaar ondertekende met minister van Volksgezondheid Maggie De Block en waarbij de partners samen gaan voor een verlaging van de calorie-inname en voor meer evenwichtige voeding. Ook de Belgian Pledge, het collectieve engagement om geen reclame te maken naar kinderen jongeren dan 12 jaar, en het engagement voor een dranken- en tussendoortjesbeleid in de Vlaamse scholen dat de sector ondertekende met Vlaams minister van Onderwijs Hilde Crevits en Vlaams minister van Welzijn Jo Vandeurzen, zijn voorbeelden dat samenwerking mogelijk is.

Door een puur fiscale maatregel als de recent verhoogde frisdranktaks missen we de kans om een echt gezondheidsbeleid op poten te zetten. Voor Andreas Tirez lijkt het geen probleem dat deze taks de volksgezondheid niet vooruithelpt. Hij vindt dergelijke taksen vooral interessant omdat ze “efficiënt” zijn, een goede manier om de staatskas te spekken. Wel, vanuit economisch perspectief zijn discriminerende belastingen op voeding en dranken per definitie net niet “efficiënt”. Ze leiden namelijk tot ongewenste gedragsveranderingen: ze stimuleren grensaankopen en zetten aan tot substitutiegedrag die de volksgezondheid niet vooruithelpen.

Na de invoering van die zogenaamde “gezondheidstaks” in 2016 namen de grensaankopen van niet-alcoholische dranken toe met maar liefst 12%. Dat de groeiende grensaankopen die jobs in ons land in gevaar brengen veroorzaakt worden door de frisdranktaks is volgens Andreas Tirez niet bewezen. Uiteraard draait het om meer dan alleen de frisdrankentaks. Het is is de opeenstapeling van taksen en heffingen die voeding in ons land duurder maken. Denk maar aan de verpakkingstaks, de loonkostenhandicap, het groene punt en tal van andere heffingen. Vooral Frankrijk profiteert daar de laatste jaren van volgens een onderzoek van Gfk. Op dit punt geeft Tirez ons voorwaardelijk gelijk maar roept hij op tot meer onderzoek naar de problematiek. Perfect. Daar zijn we het over eens.

We zijn het daarentegen oneens met Tirez wanneer hij beweert dat een gezondheidstaks die consumenten doet kiezen voor (goedkopere varianten van) producten met een gelijkaardige nutritionele samenstelling toch werkt als maatregel om inkomsten te genereren. Die redenering klopt niet: wanneer consumenten kiezen voor goedkopere (of onbelaste) substituten zullen de belastinginkomsten lager uitvallen. En zelfs al zouden die inkomsten er zijn; is het niet ronduit cynisch om te beweren dat een gezondheidstaks die niets doet voor de gezondheid toch werkt?

Tirez erkent dat er andere manieren zijn om mensen aan te zetten tot een meer gezonde levensstijl. Praktijkvoorbeelden uit Finland, Denemarken, Frankrijk, Mexico en tal van andere landen waar experimenten met gezondheidszaken mislukten spreken echter zijn stelling tegen dat financiële prikkels de beste manier daartoe zijn. Ook het 2014 McKinsey Global Institute Report, een van de meest omvangrijke studies rond dit onderwerp, kwam tot het besluit dat zo’n taks tot tien keer minder effect heeft dan het reduceren van portiegroottes en tot acht keer minder effect dan het herformuleren van producten. En laat net dat de maatregelen zijn waar het Convenant Evenwichtige Voeding op inzet!

Dus sta ons toe om even de bal terug te kaatsen: er zijn ongetwijfeld betere manieren om de gezondheid te stimuleren dan een taks die consumenten en jobs uit ons land wegjaagt. Laat ons liever inzetten op een echt gezondheidsbeleid en de initiatieven die de sector de voorbije jaren samen met de overheid op poten zette nu alle kansen geven.