Update Airbus case: geen extra Amerikaanse tarieven op Belgische voeding en dranken

14.08.2020

De VS heeft haar lijst met tarieven op Europese importproducten herzien. Er worden geen extra Belgische voeding en dranken toegevoegd. Over zes maanden zal de VS haar lijst opnieuw herzien.

Het Office of the United States Trade Representative (USTR) heeft op 12 augustus een wijziging aangebracht in de lijst van producten waarvoor aanvullende tarieven gelden in het kader van het Airbus-conflict.

Deze wijzigingen betreffen niet de Belgische producten die op de vorige lijst stonden. De uitvoer van deze producten naar de Verenigde Staten blijft nog steeds onderhevig aan een douanerecht van 25%.

De Amerikaanse handelsvertegenwoordiger Robert Lighthizer verklaarde dat "de EU en de lidstaten niet de nodige maatregelen hebben genomen om aan de WTO-besluiten te voldoen". Daarom heeft de USTR de lijst van producten waarvoor aanvullende rechten gelden, gewijzigd en bepaalde producten uit Griekenland en het Verenigd Koninkrijk van de lijst geschrapt, "met toevoeging van een gelijkwaardige hoeveelheid handel uit Frankrijk en Duitsland".

Volgens de USTR "zijn de wijzigingen bescheiden; het bedrag van de producten waarvoor tegenmaatregelen gelden, blijft ongewijzigd op 7,5 miljard dollar en de tarieven blijven ongewijzigd op 15% voor vliegtuigen en 25% voor alle andere producten".

De wijzigingen introduceren verschillende fruitjams, -pasta's en -puree uit Duitsland en Frankrijk op de lijst, die onderworpen zullen zijn aan een ad valorem-recht van 25%. Het ad-valoremrecht van 25% dat momenteel van toepassing is op koekjes (1905.31.00) uit Duitsland en het Verenigd Koninkrijk zal alleen van toepassing zijn op koekjes vanuit Duitsland. De aanvullende rechten die van toepassing zijn op sommige kazen zullen niet langer van toepassing zijn op dergelijke producten uit Griekenland.

De wijzigingen in de lijst worden van kracht op 1 september 2020. In overeenstemming met de Amerikaanse wetgeving moet het volgende herzieningsproces in december 2020 / januari 2021 van start gaan en moet uiterlijk op 9 februari 2021 een besluit worden genomen.