Nieuwe enquête ERMG bevestigt blijvende impact coronacrisis

01.09.2020

Een nieuwe enquête van de ERMG (Economic Risk Management Group) schat de omzet van onze voedingsbedrijven op dit moment nog steeds gemiddeld 8% lager dan normaal. Dat is wel een verbetering ten opzichte van eind juni, maar het herstel blijf traag. Bovendien verwachten de ondernemingen dat de omzet volgend jaar ook nog 6% onder het normale peil blijft. Verder toont de enquête ook aan dat de crisis in zeven op de tien bevraagde voedingsbedrijven een blijvende impact zal hebben op de manier van werken. Zo zal telewerk uitbreiden en zakenreizen daarentegen verminderen. 

De resultaten van de verschillende onderzoeken die de ERMG tussen maart en augustus uitvoerde bevestigen de trends die ook uit de Fevia-onderzoeken naar voren kwamen. De impact van de coronacrisis op de Belgische voedingssector is een feit en de gevolgen ervan zullen nog jarenlang voelbaar zijn.

De sector heeft laten zien dat ze zich kon aanpassen, en blijft dat ook doen met het oog op een duurzame groei. Onder het motto #ReverseTheCurve willen we opnieuw inzetten op herstel, met steun van onze beleidsmakers!

In dit artikel zoomen we in op de antwoorden van voedingsbedrijven die deelnamen aan de nieuwe enquête die de ERMG in de week van 18 augustus lanceerde (en die de Nationale Bank van België analyseerde). Hoe kijken onze bedrijven naar de toekomst?

In het kort

De nieuwe enquête van ERGM volgt op een reeks van tien enquêtegolven die tussen maart en juni werden uitgevoerd. Ze gaat na welke impact de coronacrisis en de beperkende maatregelen hadden op de economische activiteit, alsook op de financiële gezondheid en op de beslissingen van ondernemingen. We zetten de bevindingen die gelinkt zijn aan onze sector op een rijtje.

1. De omzet van voedingsbedrijven verbetert, maar de mate van bezorgdheid en het faillissementsrisico neemt toe
2. Voorlopig weinig vertrouwen in het herstel van de internationale handel
3. De liquiditeitsproblemen worden weggewerkt
4. De verwachte impact op de werkgelegenheid verslechtert
5. De nieuwe manier van werken krijgt een permanent karakter

De omzet van de ondernemingen verbetert, maar traag

Rekening houdend met de grootte van de ondernemingen, rapporteerden de bevraagde ondernemingen deze week dat hun omzet 8% lager ligt dan normaal. Ter illustratie: eind juni was dat nog 12%. De situatie blijft dus verbeteren, maar aan een traag tempo. De verminderde vraag is daar veruit de belangrijkste reden van en wordt door meer dan 4 op de 5 getroffen ondernemingen gemeld.

Grafiek 1 : impact van de coronacrisis op de omzet van de ondernemingen van de voedingsindustrie (in %, gewogen gemiddelde op basis van de omzet)

Dat kan er op wijzen dat het herstel van de internationale handel en dus de buitenlandse vraag vooralsnog zwak blijft. De export van voedingsbedrijven lijkt weer wat aan kracht te winnen, aangezien deze onlangs is gestegen voor 1 op de 5 bedrijven (tegen minder dan 1 op de 10 in juni). De gemiddelde (ongewogen) daling die door de betrokken bedrijven wordt gemeld, daalde dan weer geleidelijk van -40% eind mei tot -18% medio augustus (ongeveer -30% in juni).

Grafiek 2: daling van de verkopen buiten België in vergelijking met de situatie van vóór de crisis (% van de exporterende bedrijven)

De verwachting is dat de omkering van de curve zeer geleidelijk zal verlopen. Wat de vooruitzichten voor volgend jaar betreft, verwachten de bevraagde ondernemingen slechts een geringe verdere verbetering van de economische activiteit. Ze schatten in dat de omzet in 2021 liefst 6% lager zal liggen dan normaal.

De mate van bezorgdheid en het faillissementsrisico sinds juni toegenomen

De mate van bezorgdheid over de commerciële activiteit van de onderneming, gemeten op een schaal van 1 (weinig bezorgd) tot 10 (erg bezorgd), is deze week verslechterd ten opzichte van eind juni. De bevraagde ondernemingen melden deze week een niveau van 6,3 tegen 5,4 eind juni. Zeer waarschijnlijk hebben de opflakkering van het aantal positieve covid-gevallen tijdens de afgelopen weken en de verstrenging van de maatregelen de bezorgdheid doen toenemen.

Grafiek 3: indicator van bezorgdheid over de huidige situatie (index tussen 1 (weinig bezorgd) en 10 (sterk bezorgd))

De perceptie van het faillissementsrisico lijkt te zijn toegenomen in deze enquête. Terwijl geen enkel bedrijf in de enquête van 23 juni geloofde dat een faillissement waarschijnlijk of zelfs zeer waarschijnlijk was, vreest nu 5% dat het failliet kan gaan. Dit aandeel moet echter worden gerelativeerd, want het was nog steeds het dubbele eind april en eind mei.

Bovendien schatten de ondervraagde bedrijven ook in dat 5% van alle bedrijven in hun eigen activiteitensector een faillissement hebben aangevraagd, of dat zij naar aanleiding van de coronacrisis een faillissementsprocedure zullen doorlopen.

Annulering op investeringen op korte termijn, maar liquiditeitsproblemen worden weggewerkt

Aangezien de bezorgdheid groot blijft, is het logisch dat de investeringen op korte termijn niet zullen opveren. De voedingsbedrijven melden in dat verband dat hun investeringsplannen met een beetje meer dan een kwart zijn teruggeschroefd, ten opzichte van het niveau waar vóór de coronacrisis werd van uitgegaan. Dat is een cijfer dat iets lager ligt dan in juni (-31,8%). In de laatste enquête zijn er meer ondernemingen die de reikwijdte van hun investeringsplannen beperken dan zij dat deze op het geplande niveau behouden.

Grafiek 4: schatting van de impact van de coronacrisis op de investeringen op korte termijn (in % van de bevraagde ondernemingen)

Wat de liquiditeitsproblemen betreft, melden de bevraagde ondernemingen een verbetering ten opzichte van de situatie in juni. In de week van 18 augustus meldden slechts twee van de tien bedrijven nog steeds liquiditeitsproblemen, het beste (minst slechte) resultaat sinds het begin van de crisis.

Minder werkgelegenheid en een nieuwe manier van werken verwacht

De arbeidsmarkt wordt op dit ogenblik nog zwaar getroffen door de coronacrisis, in zowel het aantal arbeidsplaatsen, de (tijdelijke) werkloosheid als de manier van werken. Wat de werkgelegenheid betreft, verwachten de voedingsbedrijven een daling met 5% tussen het begin van de crisis en het einde van dit jaar. Dat komt neer op 4.500 à 5.000 werknemers. Dit is verontrustend genoeg het hoogste aantal sinds de vraag over de verwachte ontwikkeling van de werkgelegenheid in de enquêtes werd gesteld (vanaf 26 april).

De manier van werken is door de coronacrisis in heel wat ondernemingen aangepast. Uit de laatste enquête blijkt dat 70% van de werknemers nog steeds "fysiek aanwezig" is in het bedrijf, 10% aan telewerk doet en 10% is een mix van beide. Er wordt eveneens op gewezen dat enerzijds de tijdelijke werkloosheid en het ziekteverzuim afnemen en dat anderzijds 5% van de werknemers met verlof is.

Voor zeven op de tien bevraagde ondernemingen krijgt de aanpassing van de manier van werken wellicht een permanent karakter. Zo zouden werknemers ook in de toekomst een soepelere werkorganisatie hebben in vergelijking met de situatie vóór de crisis. Hetzij door een uitbreiding van het telewerk (voor 31% van de bevraagde ondernemingen), hetzij via soepelere werkroosters (24%). Volgens de enquête verwachten bovendien twee op de vijf ondernemingen dat het aantal zakenreizen zal verminderen.

Grafiek 5: “Verwacht u dat in uw bedrijf de manier van werken permanent anders zal zijn ten opzichte van de situatie van vóór de crisis?” (in % van de bevraagde ondernemingen, meerdere antwoorden mogelijk)